Honden hebben echt meer hersens dan katten

Vosmangoest

Vosmangoest, een van de vele mangoestsoorten (afb: WikiMedia Commons)

Af en toe denk je wel eens hoe komen onderzoekers er op om zoiets te gaan onderzoeken. Zat Suzana Herculano-Houzel van de Amerikaanse Vanderbildt-universiteit misschien met wat collega’s te uit Brazili├ź, Zuid-Afrika en Denemarken te delibereren over welk beest nu slimmer is, een hond of een kat, en zijn ze toen de hersencellen van wat vleesetende zoogdieren gaan tellen? Zoiets moet het geweest zijn. Hoe dan ook, honden blijken twee keer zoveel hersencellen te hebben als katten, maar zijn ze daarom ook veel slimmer? En mangoesten hebben eigenlijk te veel hersencellen voor zulke kleine beesten.

De onderzoekers hebben niet eens alle hersencellen geteld, maar alleen die in de hersenschors, het geplooide buitenste en evolutionair gezien jongste deel van de hersens. Daar zitten de grijze denkcellen waarmee we denken en vooruitkijken en van waaruit complex gedrag wordt gestuurd. Dat alles bij elkaar noemen we intelligentie.
“We waren ge├»nteresseerd in de vergelijking tussen een aantal carnivoren en de verhouding tussen hersengrootte en het aantal neuronen”, zegt Herculano. Daarvoor kozen de onderzoekers enkele populaire dieren zoals (dus) katten en honden, maar ook leeuwen en bruine beren. Honden schijnen de meeste neuronen te hebben (maar niet de grootste hersens). Honden kwamen tot 530 miljoen cellen in de hersenschors, katten maar tot 250 miljoen.
“Ik denk dat het absolute aantal cellen dat een dier heeft, met name in de hersenschors, de rijkheid van hun interne geestelijke toestand bepaalt en van hun vermogen te bepalen wat er gaat gebeuren op basis van ervaring”, zegt de hersenonderzoekster. “Ik ben een 100% hondenmens, maar we hebben toch echt geconstateerd dat honden de biologische capaciteiten hebben om veel ingewikkelder dingen met hun leven te doen dan katten. Nu hebben we enig biologisch bewijs dat we in de strijd kunnen gooien bij de vraag: welk dier is slimmer?”

Misvatting

De onderzoekers bekeken de hersens van acht vleeseters (van elk twee exemplaren): een fret, mangoest, wasbeer, kat, hond, hyena, leeuw en bruine beer. Ze gingen er van uit dat vleeseters meer cellen in de hersenschors hebben dan planteneters. Jagen zou veel veeleisender zijn voor de hersens dan dan planten vinden (en opeten) en je beschermen tegen gevaren in een kudde.
Dat bleek een misvatting. De verhouding neuronen tot hersenafmeting in kleine en middelgrote vleeseters bleek ongeveer even groot als bij planteneters. Dat zou betekenen dat er evenveel vernuft nodig is voor het ontlopen van aanvallers als voor het vangen van een prooi.
Het bleek zelfs dat die verhouding bij de grootste carnivoren lager is dan die bij planteneters. Een golden retriever zou meer neuronen hebben dan een hyena, leeuw of bruine beer zelfs al hebben al hebben die grotere roofdieren tot zo’n drie keer grotere hersens. De beer is een negatieve uitschieter. Zijnhaar hersens zijn tien keer groter dan die van een kat, maar ze hebben hetzelfde aantal hersencellen.
Herculano: “Vlees eten wordt, energetisch gesproken, gezien als probleemoplosser, maar het lijkt er nu op dat dat gevolgen heeft voor het delicate evenwicht tussen hoeveel hersens en hoe veel lijf een soort zich kan permitteren.” Jagen vraagt veel energie en de tussenpozen tussen twee geslaagde jachten varieert. Daarom slapen roofdieren zoals leeuwen ook zo veel.

De hersens vreten energie. Ze zijn met afstand de grootste energieverbruikers onder de organen. Dat energieverbruik is afhankelijk van het aantal neuronen. De onzekerheid wanneer de volgende prooi gevangen zal worden en de maximale grootte van de te vangen prooien (hoe groter hoe langer het dier daarmee toekan) zouden de ontwikkeling van de hersens hebben belemmerd.

Huisdieren

Het onderzoek weerspreekt de opvatting dat huisdieren kleinere hersens zouden hebben dan hun wilde soortgenoten. De verhouding hersengewicht, lichaamsgewicht van de onderzochte gedomesticeerde dieren (fret, hond, kat) wijkt niet veel of van hun wilde soortgenoten (mangoest, wasbeer, hyena, bruine beer en leeuw).
De mangoest, waarvan de (voor mij) bekendste vertegenwoordigers het stokstaartje en de meerkat zijn, is qua hersens een uitzondering. Het dier, ik weet niet om welke mangoestsoort het hier gaat, heeft net zoveel cellen in de hersenschors als een hond met hersens zo groot als die van een kat. Herculano: “Mangoesten zijn typische vleeseters. Ze hebben een vrij klein brein, maar ze hebben net zo veel hersencellen als een primaat. Dat zijn er een hoop.”
De bestudering van de hersens van verschillende soorten zou ons leren dat de diversiteit erg groot is. Herculano: “Niet elke soort is op dezelfde manier gemaakt. Er zijn weliswaar herkenbare patronen, maar de natuur heeft vele manieren gevonden om de hersens samen te stellen. Wij proberen uit te zoeken wat dat uitmaakt.”

Bron: Science Daily

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *