Werk onderhanden (gehad):
* De glazen maatschappij. Inleiding (deel 1) op sync.nl; en deel 2 .
* Boek over synthetische biologie (verschenen december 2011, Veen Magazines Boeken). Een voorpublicatie vind je op sync.nl.

* Synthetische biologie; het maakbare leven: de DNA-fabriek (deel I, deel II en deel III).
* Mars binnen handbereik (?)
* De breekbare kwantumcode
* Biografie Hugo de Vries
* RNA-meter
* Mikroreactoren
* De draaiende ruimtelift (Kijk)
* Taaltechnologie (vervolg)
* Simuleren in de celbiologie
* De nanobel
* Het olifantengeheugen van het web
* De lage resolutie van de STED-mikroskoop
* Kwantumcomputers
* Atoomkracht op de Phoenix-Marslander
* Cijferwaan in de psychologie
Stuur me een bericht (of bel + 31 (0)20 676 6230 of 06 49 985 400):
Bazel ligt vlak bij het drielandenpunt Duitsland/Frankrijk/Zwitserland. Toch is dit stadje erg Zwitsers: netjes en duur. Ze hadden daar in Bazel bedacht dat ze erg goed in nanotechnologie zijn en hadden daarom een toom wetenschapsjournalisten uitgenodigd om naar hun kleinoden te komen kijken.
Joost Conijn wordt gezien als kunstenaar. Hij had een expositie in het toch niet misselijke Boymans-Van Beuningen in Rotterdam. Dan moét het wel een kunstenaar zijn. Daar stonden zijn auto en zijn vliegtuig dat in Tjechië ter aarde stortte. Als je zijn films bekijkt dan ziet het er eerder uit als een jongen die graag knutselt en niet per se uit is op de meest voordehandliggende oplossing. Een jongen die zijn dromen waar maakt. Ik wil vliegen. Bouw dan een vliegtuig. En waarempel, hij blijkt de lucht in te gaan. Een kunst, maar is dat ook kunst? Is het belangrijk dat te weten? De Belgische maker van 'mobielen' Panamarenko, waar Conijns werk sterk aan doet denken, bouwt ook vliegende dingen die intrigeren. Misschien ook omdat die zelden functioneren. Wat dat betreft doet Conijn het beter. Zijn auto rijdt, zijn vliegtuig vliegt.
Ierland heeft zich met stevige hulp van de EU razendsnel ontwikkeld tot één van de welvarendste landen van Europa. Dat kwam doordat vooral de Amerikanen wel brood zagen in dit goedkope land (waar ze nog eens Engels spraken ook). Welvaart maakt duur en de maakindustrie verdwijnt weer even snel uit Ierland als zij gekomen is. Ierland moet een kenniseconomie worden, roepen ze daar ten westen van Groot-Brittannië; met dezelfde wapens die overal elders in de geïndustrialiseerde wereld tevoorschijn worden gehaald. Wat doen jullie anders, vraag je dan aan Bill Harris , de directeur van SFI (het Ierse NWO). We zijn veel flexibeler, zegt deze Amerikaan. "De beleidslijnen in Ierland zijn kort en Ieren zij niet bang te falen." Maar de Ierse uitgaven voor onderzoek bedragen nog geen 1% van het bnp. De astrofysicus prof.Luke O'Connor Drury secretaris buitenland van de Koninklijke Ierse Akademie (Acadamh Rioga na hÉireann) is niet al te optimistisch. Onderzoek in Ierland moet opleveren en dan kom je met astrofysica toch in een lastig parket.
Hamburg is beslist niet één van de aantrekkelijkste steden van Duitsland. Veel fraais is er, buiten het stadhuis, niet te aanschouwen; zeker niet als de lucht grauw en vochtig is.
Maar Hamburg is ook een deelstaat van de bondsrepubliek Duitsland én een oude hanzestad die kampt met de teloorgang van eens omvangrijke scheepsbouw. Innovatie is ook daar het statelijke dogma en Airbus moet de pijn uit het verleden verzachten. Het Airbusterrein is inderdaad niet kinderachtig, maar het lijkt wel of de Fransen de Duitsers slechts de krummels van het gigantische A380-project hebben bedeeld. De Duitsers mogen zich met het cabine-ontwerp bezighouden, pijpen- en buizenwerk, terwijl het veel geilere cockpitontwerp voor de Fransen is. Een Duitse hoogleraar van de Hochschule für angewandte Wissenschaften (HAW) vertelde me dat zo langzamerhand alle technisch aantrekkelijke deelprojecten van de A380 naar Toulouse zijn verkast. En die lieve Duitsers schijnen de Spaanse partners te hebben geleerd hoe je vezelversterkte komposieten maakt. De Spanjaarden wonnen de aanbesteding en nu komt dat vezelversterkte staartstuk van de A380 naar Hamburg waar het aan de overige rompdelen wordt geklonken.
Scholen hebben ze wel in Hamburg: een TU (Hamburg-Harburg), de HAW, een gewone universiteit en de Helmut Schmidt-universiteit van het bondsleger (!). Met de moed der wanhoop vieren de Duitsers de honderdjarige ingenieur, terwijl ze, evenals wij sukkels, inmiddels hard op weg zijn hun mooie Diplom-systeem om te zetten in de armetierige middeleeuwse Meester/Gezel-bouwval. Het kan niet anders dat de Duitsers op een dag wakker worden en zullen roepen om hun oude Diploms (terug met die D-Mark). Het zal de Hamburg School of Logistics worst wezen.
Gek toch, Duitsland zo dicht bij en toch zo ver weg. Alles wat we hier te horen en te lezen krijgen, komt uit Amerika (in Duitsland is dat al niet anders) en je moet dus even een paar honderd kilometer naar het oosten reizen om te ervaren wat er aan de hand is.
Als je een paar daagjes in Berlijn bent en hier en daar wat praatjes van bedrijven en onderzoekers hoort en Schröder meemaakt bij de opening van een groot congres van elektrotechneuten, dan blijkt daar veel kommer en kwel te zijn. Duitsland is het innoveren verleerd. De verhalen die je in Duitsland hoort lijken erg op wat er in Nederland gemonkeld wordt over het onvermogen al dat mooie onderzoek naar de markt te brengen. Er gebeurt heus wel wat en ik zal nog eens terug moeten om die parels er uit te vissen.
En o ja, Berlijn is Berlijn niet meer. Ik ben er een paar keer geweest voor de muur viel. In mijn herinnering was Berlijn een mooie, groene stad. Nu de Duitse hoofdstad zo langzamerhand weer de bouwputfase is ontgroeid, worden de contouren van een nieuwe stad zichtbaar. En die vallen niet mee. Erger nog, Berlijn is verpest met een hoop architectonische aartslelijkheid. Het lijkt wel of de Duitsers ook het bouwen zijn verleerd. Afijn, ik moet nog eens teruggaan om dat allemaal wat beter te bekijken
Eind september 2003 heb ik gedurende een week met een aantal buitenlandse wetenschapsjournalisten in en nabij Moskou enkele wetenschappelijke instituten bezocht. Een nieuwe kultuurschok was mijn deel (nadat ik die vijftien jaar eerder ook al had gehad). Ik weet niet of het een verbetering is. Moskou is tegenwoordig vergeven van de auto's, die een gemiddelde snelheid van zo'n tien tot vijftien kilometer per uur halen. Er wordt als een waanzinnige gebouwd (vaak hoog en protserig). Anders dan 'bij ons' zijn de onderzoekers in Moskou (e.o.) vaak oude mannen met een oudijzerwinkel. De meesten zijn weggelopen de laatste tien jaar: naar lonender bezigheden of naar het veel beter betalende buitenland.
Moskou bleek veel interessanter en meer 'behept' met stedenschoon dan ik in het oude, grauwe Moskou van 1988 heb kunnen ontwaren. Rusland dreigt 'gewoon' te worden, ware het niet dat Moskou toch nog steeds de hoofdstad van Rusland is. En Rusland is Rusland (al pretendeer ik geenszins na twee bezoeken aan dat land een Ruslandkundige te zijn; verre van dat). Waar ter wereld wordt $ 650 miljoen aan de herbouw van een kathedraal besteed (opgehaald onder de arme luiden van de orthodoxe kerk) terwijl er voor wetenschap jaarlijks maar zo'n $ 1,3 miljard beschikbaar is? En waar leidt een psycholoog de rondleiding door een opleidingscentrum voor kosmonauten? In Rusland, dus. Met een pilotenopleiding, dat wel.
(Van dit bezoek is een bespiegeling in het maartnummer van Natuurwetenschap & Techniek verschenen)