Op 26 september vorig jaar organiseerde de universiteit van Würzburg een symposium over de toekomst van kernfusie. Karen Pittel en Sven Wurbs lieten destijds hun licht schijnen over de economische kansen van kernfusie als ‘eeuwige’ bron van schone (?; as) energie en ze constateren dat er met de huidige kennis niet is te verwachten dat kernfusie een omwenteling zal brengen voor Europa. Hun bijdrage staat in een verslag dat er inmiddels van het symposium is verschenen.Het tweetal acht het waarschijnlijker dat het als een van de vele technologieën voor elektriciteitsopwekking zal worden geïntegreerd in een energiesysteem dat tegen het midden van deze eeuw al grotendeels koolstofvrij zal zijn, mits het energiesysteem de nodige flexibiliteit biedt. Maar ja, hoe flexibel is kernfusie?
Kernfusie zou volgens hen potentieel hebben die verder reikt dan de (mogelijke) rol in de energievoorziening. Ze wijzen dan op de wereld van supergeleiding, lasers, componenten van de tritiumproductie (tritium is een, radioactief, waterstofisotoop die onontbeerlijk is voor kernfusie maar nauwelijks op aarde voorkomt en dus moet wordt ‘gefokt’ via kernfusie) en meet- en detectiesystemen.
Dat alles achten ze echter onhaalbaar zonder politieke ondersteuning, oftewel overheidssubsidies. Investeringen in fusieonderzoek en het vooruitzicht op de – nog onzekere – verwezenlijking ervan mogen geen voorwendsel zijn om de ‘ontkoling’ van het energiesysteem uit te stellen, stellen ze. “Een voortdurende sterke inzet voor de uitbreiding van hernieuwbare energiebronnen, sectorkoppeling en de ontwikkeling van een energie-infrastructuur voor de lange termijn is essentieel.”
Ze zien kernfusie als een complementaire optie voor de lange termijn en als een “hoogwaardige technologie met economisch potentieel”. Oftewel: kernfusie is al meer dan vijftig jaar een belofte voor over vijftig jaar.
Bron: idw-online.de