‘Poeptransplantatie’ (b?)lijkt te werken

leveraandoeningenPoeptransplantaties’ lijken vruchten af te leveren. Zo zouden zowel de gezondheidstoestand als de cognitieve vaardigheden van de proefpersonen zijn verbeterd na de implantering van een geoptimaliseerde darmflora (biotoom) hadden onderzoekers vorig jaar al aannemelijk gemaakt. Een half jaar verder zijn de voordelen boven de gebruikelijke behandeling hepatische encefalopatie bij levercirrosepatiënten nog steeds merkbaar. De proef was overigens vooral bedoeld om de veiligheid van de methode te bewijzen. Een grotere moet dit goede resultaat nog bevestigen.

De (20) proefpersonen hadden levercirrose vaak in combinatie met hepatische encefalopatie (HE). Die kregen deels, eenmalig, een darmfloratransplantatie. De cognitieve functie zou zijn verbeterd en de HE-aanvallen en ziektedagen waren verminderd in een periode van vijf maanden in vergelijking met de patiënten die een standaardbehandeling kregen. Op een internationaal levercongres in Parijs werden de resultaten over de langere termijn bekend gemaakt (een jaar). Het bleek dat de behandeling in ieder geval langdurig effect had.

Levercirrose is een belangrijke doodsoorzaak, vaak gepaard gaand met HE, hetgeen leidt tot ziekenhuisopname, onomkeerbare hersenbeschadiging en slechte vooruitzichten. HE-patiënten zouden vaak een gebrek hebben aan bepaalde bacteriën zoals Lachnospiraceae en Ruminococcaceae) en een overmaat aan de in potentie schadelijke micro-organismen Enterobacteriaceae. Dat bacteriële profiel lijkt gekoppeld te zijn aan geestelijke achteruitgang en systemische ontstekingen bij cirrosepatiënten met HE.
Het overbrengen van darmflora, de ‘poeptransplantatie’ dus, zou met succes zijn gebruikt bij aandoeningen als clostridium difficile en colitis ulcerosa en zo’n transplantatie zou ook wel eens kunnen helpen bij het bestrijden van HE.
“Bij de oorspronkelijke studie wilden we vooral weten of de darmfloratransplantatie veilig is voor patiënten met terugkerende HE in vergelijking met de standaardbehandeling”, zegt Jasmohan Bajaj van de Virginia Commonwealth-universiteit in Richmond (VS). “We lokaliseerden en poepdonor van een donorbank met een darmflora waarin Lachnospiraceae– en Ruminococcaceae-bacteriën ruim aanwezig waren.”
De patiënten uit de oorspronkelijke studie die nog in leven waren (uiteraard, zou je zeggen) werden nog zo’n zes maanden extra gevolgd en onderzocht op cognitieve vaardigheden en gezondheidstoestand. Na een jaar was een patiënt die een darmfloratransplantatie had gehad en drie patiënten die de gebruikelijke behandeling hadden gekregen overleden of had een nieuwe lever gekregen. Ook na een jaar waren de HE-aanvallen en de ziekenhuisopnames bij de darmfloraproefpersonen lager (vrijwel nul) en de cognitieve prestaties beter bij de darmflorapatiënten, zowel ten opzichte van de beginsituatie als ten opzichte van de proefpersonen die een standaardbehandeling kregen.

Slechts 20

Het aantal proefpersonen was klein, slechts 20, maar Bajaj stelt dat desalniettemin bewezen is dat de behandeling veilig is en ook nog op de langere termijn effect blijft hebben. “Dat zal nu in grootschaliger proeven bevestigd moeten worden.”

Bron: Science Daily

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.