De ‘hygiënehypothese’ zou onzin zijn

Handen wassen

Een te veel aan hygiëne is niet schuld stijging allergieën en autoimmuunziektes

De hygiënehypothese gaat over het idee dat we ons afweersysteem moeten trainen door ons bloot te stellen aan ziekteverwekkers. De toename van allergieën en autoimmuunziektes in onze samenleving zou een gevolg zijn van onze te hygiënische omgeving. Onze afweer wordt zo niet voldoende geoefend. Volgens de Britse hoogleraar Sally Bloomfield is daar weinig bewijs voor en ondermijnt die hypothese de volksgezondheid.
Micro-organismen zijn voor onze gezondheid van wezenlijk belang. Onze darmflora zou er ook voor zorgen dat het afweersysteem onderscheid maakt tussen de goeden en de kwaden en niet reageert op onschadelijke ‘indringers’ zoals pollen en voedsel. Een overreactie leidt tot allergieën en autoimmuunziektes zoals suikerziekte type 2 en multiple sclerose.
De hygiënehypothese dook voor het eerst op in 1989. Steeds meer kinderen bleken allergieën te krijgen. Dat zou het gevolg zijn van dat ze te weinig in aanraking zouden komen met ziekteverwekkers. Dat zou weer komen door de daling van het kindertal en de steeds grotere nadruk op hygiëne. Te schoon is ook niet goed maar al vrij snel werd duidelijk dat het verband met hygiëne niet juist was. Het ging niet om te weinig ziekteverwekkers maar gebrek aan ‘goede’ beestjes.
Desondanks bleef de hypothese hardnekkig standhouden zo bleek uit een overzicht van het internationale forum huishygiëne. In twintig van de 25 artikelen die de laatste twintig jaar werden geschreven over dit onderwerp werd de hygiëne als oorzaak aangewezen dat we te weinig ‘goede’ micro-organismen meekregen en in tien artikelen werd de hygiënehypothese gebruikt als verklaring voor immuunaandoeningen.
In 2003 stelde Graham Rook van het universiteitscollege in Londen een alternatieve verklaring voor. Volgens hem hadden bepaalde micro-organismen tijdens de menselijke evolutie een essentiële plaats in ons afweersysteem verworven. Die micro-organismen veroorzaken geen ziektes, maar maken zich nuttig in onze darmflora. Rook noemde dat idee de oude-vriendenhypothese.

Keizersnede

Onderzoekers denken nu dat een aantal veranderingen in het leven van de (vooral) westerse mens van belang is geweest bij het toenemen van allergieën en autoimmuunziektes, zoals het toenemend aantal keizersnedes, daling van borstvoeding, steeds kleinere gezinnen en de kortere tijd die kinderen buiten doorbrengen. Daardoor is de mogelijkheid die vriendelijke vrienden op te doen geringer dan in vroeger tijden. Ook het veranderde voedingspatroon en het toenemend gebruik van antibiotica hebben nadelige gevolgen gehad voor de samenstelling van onze darmflora. Bloomfield: “Er is echter weinig of geen bewijs dat dat het gevolg is van (een teveel aan; as) hygiëne.”

Rook is het daarmee eens. “Het gaat niet om hygiëne. Het idee brengt mensen er toe recente vindingen totaal verkeerd te interpreteren.” Volgens Bloomfield zorgt die hypothese ervoor dat mensen rare ideeën krijgen over hygiëne en daarmee de verspreiding van ziektes versterken. Uit een onderzoek van de Britse maatschappij voor volksgezondheid bleek dat 55% van de mensen denkt dat als je je huis te schoon houdt je voorkomt dat hun kinderen in contact komen met die ‘goede’ micro-organismen.
Bloomfield: “Hygiëne in ons leven speelt een cruciale rol in het voorkomen van de verspreiding van besmettelijke ziektes. Elk jaar krijgt een op de vier mensen een norovirusbesmetting en 31% van de voedingsgerelateerde besmettingen wordt thuis opgedaan. Het zorgwekkendst is dat dit gebeurt in een tijd dat hygiëne steeds belangrijker wordt.” Dat heeft te maken, stelt ze, met de vergrijzing. Hygiëne speelt ook een rol in het vijfjarenplan van de Britse overheid om de antibioticaresistentie aan te pakken.

Volgens Bloomfield moeten er wel dingen veranderen. “Kinderen zouden vaker buiten moeten spelen, maar adviezen als “We moeten onze handen niet meer wassen” zijn onaanvaardbaar.” Ze denkt dat in de toekomst onze ideeën over micro-organismen sterk zullen veranderen. “We weten nog lang niet welke micro-organismen ‘goed’ zijn en hoe we onze leefstijl moeten veranderen om onze ‘oude vrienden’ tegen te komen. Wat we wel weten is dat hygiëne helpt de blootstelling aan schadelijke micro-organismen te verminderen, waarmee we ook de antibioticaresistentie aanpakken en controle houden over onze gezondheid.”

Bron: Alpha Galileo

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.