Op basis van onderzoek in landbouwgebieden in Peru constateren onderzoeksters rond Stéphane Bertani van de universiteit van Toulouse dat er een duidelijk verband is tussen de toepassing van bestrijdingsmiddelen en het voorkomen van kanker. Volgens Bertani is het voor het eerst dat zo’n verband is aangetoond.
In dit onderzoek gebruikten ze een methode waarin risicomodellen voor bestrijdingsmiddelen in het milieu met hoge resolutie combineert met uitgebreide gegevens uit kankerregisters om concentraties van kankergevallen in Peru die verband houden met bestrijdingsmiddelen met grote nauwkeurigheid in kaart te brengen. Ze analyseerden de relatie tussen het gebruik van 31 belangrijke bestanddelen van bestrijdingsmiddelen en het voorkomen van kanker.
Ondanks decennialange bezorgdheid over het kankerverwekkende potentieel van landbouwbestrijdingsmiddelen, hebben toxicologische studies die zich richten op afzonderlijke middelen nog geen definitief verband kunnen aantonen tussen blootstelling aan bestrijdingsmiddelen in het milieu en kanker in de praktijk, schrijven ze.
Hun procesgebaseerde model zou een duidelijk verband hebben aangetoond tussen het risico op blootstelling aan bestrijdingsmiddelen in het milieu en het voorkomen van kanker. In kankerpiekgebieden die verband houden met bestrijdingsmiddelen, laat leverweefsel – het eerste doelwit van kankerverwekkers – een duidelijke invloed van bestrijdingsmiddelen zien, stellen de onderzoeksters.
Deze studie herdefinieert het exposoom (blootstelling aan omgevingsfactoren) als een door afstamming bepaald, mechanistisch hanteerbaar raamwerk en laat zien hoe complexe pesticidenmengsels kunnen bijdragen aan kankervorming, met verstrekkende gevolgen voor het wereldwijde gezondheidsbeleid, schrijven de onderzoeksters. Het lijkt er op dat die kankervorming vooral wordt beïnvloed door blootstelling aan verschillende bestrijdingsmiddelen.
De studie suggereert ook dat extreme weersomstandigheden, zoals El Niño, de blootstelling kunnen verergeren door het gebruik en de verspreiding van pesticiden in het milieu te veranderen. De onderzoeksters pleiten voor een herziening van risicobeoordelingsmethoden en preventiebeleid.
Alomtegenwoordigheid
De alomtegenwoordigheid van pesticiden in voedsel, water en ecosystemen maakt de karakterisering van blootstelling aan het milieu – een belangrijk onderdeel van het exposoom – een lastig karwei, schrijven de onderzoeksters. Veel studies schieten vaak tekort in het vastleggen van de complexiteit van blootstelling aan verschillende pesticiden, terwijl experimentele modellen de dynamiek in de praktijk vaak te veel vereenvoudigen. Bovendien verschilt het kankerverwekkend vermogen van voornamelijk niet-genotoxische stoffen aanzienlijk tussen knaagdiermodellen en mensen (m.a.w.: dierproeven zijn geen betrouwbare voorspellers van het effect op mensen).
Hoewel studies naar mengsels waardevolle inzichten opleveren in de gezondheidsrisico’s van blootstelling aan meerdere stoffen, compliceert de wisselwerking tussen individuele levensgeschiedenissen en de sociaal-ecologische context de risicobeoordeling nog meer. Daardoor is de werkelijke carcinogeniciteit van bestrijdingsmiddelen nog onvoldoende bekend, wat rigoureuze risicobeoordelingen belemmert en effectieve gezondheidsmaatregelen bemoeilijkt.
De onderzoeksters denken met hun aanpak de tekortkomingen van eerder onderzoek op dit terrein te hebben opgevangen, waarbij ze Peru aanprijzen als ideaal onderzoeksterrein met een rijk agrarisch erfgoed met acute sociaal-ecologische druk die de grenzen van de planeet opzoekt. Dat zou bij uitstek een omgeving zijn voor het modelleren van het risico op kanker door verschillende pesticiden.
Bron: le Monde