Wada verbiedt genbewerking in de sport vanaf volgend jaar

Het wereldantidopingagentschap Wada verbiedt al sedert 2003 wat genoemd wordt ‘gendoping’. Met ingang van volgend jaar mogen sporters ook geen gebruik maken van genbewerking om hun sportprestaties op te vijzelen. Het is onduidelijk hoe de Wada dat decreet denkt te handhaven.

De Wada heeft al de ban uitgesproken over het toepassen van genetisch veranderde cellen en van gentherapie als die de mogelijkheid hebben de sportprestatie te verbeteren. Nu verbiedt het agentschap ook andere technieken van genoombewerking. Dan hebben we het bijvoorbeeld over verbindingen die ontworpen zijn om de DNA-sequentie en/of de epigenetische sturing en/of de genexpressie te veranderen.
Die toepassingen komen erg dicht in de buurt van de praktijk door de ontwikkeling een paar jaar geleden van de CRISPR/Cas9-genschaar. Of sporters die dergelijke behandelingen ondergaan nog door de beugel kunnen voor de Wada hangt af van de het doel van de behandeling, stelt een woordvoerder van de Wada. De organisatie wilde of kon niet zeggen hoe zij die maatregel gaat handhaven.

Dat zal een hele klus worden. De Wada heeft meer dan tien jaar geleden methoden ontwikkeld om gendoping te achterhalen, maar begon pas vorig jaar met de ontwikkeling van een methode om er achter te komen of een atleet is ‘gedrogeerd’ door een gentherapie. Daartoe worden bloedmonsters getest van sporters die op de jongste Olympische Spelen in Rio zijn geweest. Daarbij kijken de Wada-onderzoekers naar het gen (de genen?) dat/die betrokken is/zijn bij de aanmaak van het hormoon erytropoëtine (EPO). Er zijn tot nu toe nog geen monsters positief bevonden.

Nog moeilijker

Genbewerking zal nog moeilijker te detecteren zijn dan gentherapieën. Daarbij kunnen kleine veranderingen in de genen worden aangebracht om een gewenst effect te bereiken. Die aanpassingen aan de genen kan ook beperkt worden tot bepaalde weefsels zoals spieren. Die zie je zeker niet terug in bloedmonsters.
In theorie zouden onverwachte veranderingen bij een atleet duidelijk moeten worden uit het in 2009 geïntroduceerde biologische paspoort, zelfs als de ‘doping’ zelf niet kan worden aangetoond, maar ongetwijfeld is daar een mouw aan te passen voor de valsspeler en zijn/haar medische hulpjes.

Bron: New Scientist

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *