Google zegt ‘kwantumsuprematie’ bereikt te hebben

Brittlestone-kwantumchip (72 bits)

De nieuwe 72 bits-kwantumchip (Bristlecone) van Google wordt door Marissa Giustina van de UCSB in het kwantum-ki-lab gemonteerd (afb: Google)

Ach ja, steeds maar weer die kwantum-computer. Komt ie wel, komt ie niet en als ie komt kan ie dan wat? Ik meld hier regelmatig vorderingen aan dat front, maar de kwantumcomputer lijkt veel overeenkomsten te vertonen met de fusiereactor: diens toekomst ligt gemiddeld 50 jaar verderop en dat verandert niet. Google zegt nou dat zijn kwantumcomputer een berekening heeft gemaakt waartoe de beste digitale supercomputer niet toe in staat is. Dan heb je het over de superieure mogelijkheden van de kwantummachine: kwantumsuprematie. Of dat klopt moeten we nog maar even afwachten.
Als het waar is dan zou het groot nieuws zijn al moet ik hier wel meteen bij vertellen dat het de vraag is of dat ook goed is voor de mensheid. Er wordt veel over de ongekende mogelijkheden van kwantumrekenen gesproken, maar, even afgezien ervan of die wel kloppen, ik heb nog weinig verhalen gezien over de energie die daarmee gemoeid is. Kunstmatige intelligentie, ook zo’n topper tegenwoordig, krijgt veel krediet en ook een grote toekomst toegedicht, wellicht in combinatie met het kwantumrekentuig, maar vreet energie. Het is maar dat je het weet.
Of het klopt? Wie zal het zeggen. Google zette vorige week een artikel over de kwantumsuprematie van zijn rekentuig op servers van de NASA, maar dat artikel verdween daar snel weer. Het Britse populair-wetenschappelijke tijdschrift New Scientist zou een kopie van dat artikel onder ogen hebben gehad. Het zou gaan om een kwantumprocessor met 54 (supergeleidende) kwantumbits (de Sycamore genoemd). Er stond maar één auteur bij het artikel: John Martinis van de universiteit van Californië in Santa Barbara, die al eerder met Google samenwerkte aan de kwantumcomputer.

Google schijnt samen met de NASA te werken aan de kwantumcomputer. In 2018 legden beide organisaties die samenwerking vast. Het artikel beschrijft hoe kan worden bepaald of een verzameling getallen puur toevallig is. Met een digitale computer schijnt dat heel lastig te bepalen te zijn, zeker als het aantal getallen groot is. De toevalscontrole van een verzameling cijfers zou een digitale supercomputer 10 000 jaar hebben gekost, met de Sycamore, waarvan een kwantumbit ook nog niet werkte, zou het maar 3 minuten en 20 seconden hebben geduurd.

Als voorbeeld is het niet heel erg nuttig, buiten het genereren van een volstrekt willekeurige verzameling van getallen, maar het gaat meer om het bewijs dat het kan.

Eerste stap

Als het klopt dan is dat een mijlpaal, stelt Jim Clarke van Intel Labs, “maar het is dan wel de eerste mijl van een marathon.” Het is een bewijs dat het kan, stelt hij, maar nog steeds met fouten. Er zullen betere en grotere kwantumprocessoren (moeten) komen. Overigens staan de ontwikkeling in de klassieke computerij ook niet stil. Google denkt dat uiteindelijk de kortere rekentijden van de kwantumcomputer de strijd zullen beslechten. Wie weet, voorlopig denk ik: eerst zien en dan geloven.

Bron: New Scientist

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.