“We publiceren te veel”

Timo Hannay

Timo Hannay

We worden steeds knapper. Kijk maar, er zijn steeds meer mensen die een hbo- of academische opleiding volgen. Zo kan je het bekijken, maar betekent dat we ook daadwerkelijk steeds knapper worden of dat het niveau van de opleidingen steeds verder daalt? Zeg het maar. Iets soortgelijks kunnen we zeggen over de stand van de wetenschap, We worden steeds knapper. Zie maar, het aantal wetenschappelijke publicaties stijgt exponentieel: in het midden van de 18de eeuw met 1% per jaar, 2 tot 3% in de eerste helft van de vorige eeuw en nu met 8 tot 9% per jaar (een verdubbeling in krap tien jaar). Dat kan niet langer zo, vindt Timo Hannay, directeur van Digital Science in de Britse krant the Guardian. We zouden niet meer, maar minder moeten publiceren en ook anders. Zo’n kwart tot eenderde van alle natuurwetenschappelijke publicaties wordt nooit geciteerd en een aanzienlijk deel slechts door de auteurs. Dat wil niet meteen zeggen dat dat slechte wetenschap is, maar minder is voor hem beter (ook voor de arme wetenschappers die al dat geschrijf zouden moeten lezen).

Open publicaties zijn in zijn idee een goede ontwikkeling, maar volgens Hannay zorgen die er ook voor dat er steeds meer gepubliceerd wordt (de auteur betaalt voor de publicatie van de openlijk toegankelijke artikelen). De enige praktisch oplossing die Hannay ziet is dat we zorgvuldiger omgaan met het publiceren van onderzoeksresultaten. Wetenschappers zouden minder maar ook belangwekkender artikelen moeten schrijven. Nu wordt elke wetenschappelijke scheet een apart artikel. Hoe vaak staat er in zo’n artikel niet dat dit of dat nog verder onderzocht moet worden? Doe dat dan eerst en schrijf dan het verhaal op. Hannay vindt ook dat de onderzoekers hun onderzoeksresultaten zo veel mogelijk moeten delen, maar dat zal niet in de huidige artikelvorm moeten. Minder belangrijk werk zou voor een computer makkelijk achterhaalbaar gepresenteerd moeten worden. Daar zoeken onderzoekers dan alleen als ze gegevens nodig hebben voor zeer specifieke onderwerpen: minder artikelen, maar meer openbaar toegankelijke onderzoeksgegevens. Hij presenteert meteen zijn eigen stek  Figshare als podium, maar wijst ook op  Zenodo (CERN) en Dryad (een nietwinstorganisatie voor de verspreiding van wetenschappelijke informatie).

Bron: the Guardian

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.