We zouden ‘grammatica’ in ons hoofd hebben

taalkundige Noam Chomsky

Noam Chomsky

De nogal omstreden taalkundige Noam Chomsky zou dan toch gelijk hebben: we hebben een ‘inwendige grammatica’ in ons hoofd, waardoor we de grootste kulzinnen kunnen volgen. Dat beweren tenminste onderzoekers van de universiteit van New York.
Chomsky stelde al in 1957 in zijn boek Syntactic Structures dat we een inwendige grammatica moeten hebben, omdat we zinnen als “Kleurloze, groene ideeën slapen heftig” kunnen herkennen als onzin, maar ook als grammaticaal juist. “Onze neurofysiologische proefnemingen ondersteunen die theorie: we kunnen betekenis halen uit reeksen woorden, omdat ons brein woorden combineert op een hiërarchische manier, een proces dat mogelijk is door die ‘inwendige grammatica'”, zegt David Poeppel.
Neurowetenschappers en psychologen vonden Nomsky’s stelling maar niks. Voor die vaardigheid zou geen inwendige grammatica nodig zijn. We weten uit ervaring hoe zinnen gebouwd worden en die kennis gebruiken we bij het begrijpen van tekst, was de verklaring. Nogal wat taalkundigen bleven beweren dat het vermogen tot hiërarchische opbouw wezenlijk is voor taalverwerking.

Om uit te maken hoe dat nu precies zit, onderzochten de ‘New Yorkers’ of en hoe taalkundige eenheden een weerslag krijgen in de hersens tijdens een gesprek. Daarbij gebruikten de onderzoekers een magnetoencefalograaf als meetinstrument, dat de minieme magneetveldjes in de hersens meet, en een elektrocorticograaf om de hersenactiviteit te meten. De proefpersonen luisterden naar zinnen zonder intonatie in zowel Engels als Mandarijn-Chinees, die ook nog eens isochroon werden uitgesproken (met steeds dezelfde tijdsinterval tussen woorden). Dat waren voorspelbare zinnen als “New York slaapt nooit.”, minder voorspelbare als “Roze speelgoed verwondt meisjes.” en gehusselde volgordes. Daardoor zouden de onderzoekers op hun meetinstrumenten kunnen zien hoe de hersens taalabstracties verwerken.
Uit hun waarnemingen concludeerden Poeppel c.s. dat er hiërarchie is in de manier waarop de hersens talige structuren, tegelijkertijd, verwerken: woorden, zinsdelen en zinnen.
Poeppel: “We hebben alle moeite gedaan om de bijdrage van statistische en geluidsinformatie uit te sluiten en denken dat ons onderzoek aantoont dat we grammatica in ons hoofd gebruiken. Onze hersens spitsen zich op elk woord voor ze zich bezighouden met zinnen. De dynamica verraadt dat we taal op grammaticale wijze verwerken.” De conclusie zou nogal wat stof opwerpen gegeven ander onderzoek, noteren de onderzoekers. Het idee van een inwendige grammatica zou nogal onpopulair zijn. Waarvan acte.

Bron: EurekAlert

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.