Zoogdieren die eieren leggen? Belachelijk idee!

Een vogelbekdier

Een vogelbekdier (afb: WikiMedia Commons)

Ik stel me zo voor dat iemand in de kelders van het zoölogisch museum van de universiteit van Cambridge ietwat per ongeluk stuitte op een stel oude glazen potten met wat monsters Platypus (in dit geval een vogelbekdier) en Echidna (verwijzend naar een vissensoort maar ook naar een mierenegel). Die waren eind negentiende eeuw verzameld door William Caldwell. Die soorten waren verzameld om te bewijzen dat sommige zoogdieren eieren legden, iets dat het wetenschappelijke denken destijd overhoop zou gooien.
De vondst stond niet in de catalogi van het museum. Die werd gedaan door de ondernemende onderdirecteur van het museum Jack Ashby. Hij was bezig met een boek over zoogdieren in Australië, waar toevallig het volgens mij enige nog levende zoogdier vandaan komt dat eieren legt: het vogelbekdier (in het Engels kennelijk aangeduid als Platypus)
Tot de Europeanen eind 18de eeuw platypussen en echidna’s tegenkwam, veronderstelden ze dat alle zoogdieren hun jongen leven ter wereld brachten. Zoogdieren legden echter ook eieren (mijn vraag is dan altijd wat maakt een zoogdier een zoogdier, dat die haar jongeren zoogt? Ja dus; as). Ashby: “In de negentiende eeuw waren er wetenschappers die niet konden geloven dat zoogdieren eieren kunnen leggen, maar dat idee steunde de evolutietheorie. Die gaat er van uit dat een soort kan veranderen in een andere.”
Hagedissen en kikkers leggen eieren, dus dan was het idee van eileggende zoogdieren voor velen destijds absurd. Ashby: “Ik denk dat het idee vernederend was te worden geassocieerd met dieren die behoorden tot wat beschouwd werd als lagere diersoorten.”

De collectie bestaat uit mierenegels, vogelbekdieren en buideldieren in verschillende ontwikkelingsfases. Caldwell was de eerste die zo’n uitgebreide verzameling aanlegde, hoewel niet alle soorten in het museum zijn gevonden.

85 jaar

85 jaar hebben Europese onderzoekers geprobeerd aan te tonen dat mierenegels en vogelbekdieren eieren leggen door, onder meer, oorspronkelijk Australiërs te ondervragen, maar kennelijk stuitte dat op een muur van weerstand. Caldwell werd in 1883 naar Australië gestuurd om het ‘mysterie’ daadwerkelijk te ontsluieren. Daar verzamelde hij met hulp van oorspronkelijke Australiërs 1400 monsters.

In 1884 vonden ze een mierenegel met een ei (nog inwendig) en een ei in een nest van een vogelbekdier. Voor Caldwell was dit het definitieve bewijs en het nieuws ging de wereld rond. De koloniale autoriteiten waren kennelijk pas bereid de werkelijkheid te erkennen als die was waargenomen door een van de ‘eigen mensen’.

Volgens Ashby worden die eileggende zoogdieren nog steeds gezien als vreemd en minderwaardig. “Die dieren zijn niet vreemd of primitief. Ze zijn zo ontwikkeld als elke andere soort. Ze zijn alleen nooit gestopt met het leggen van eieren. Ze zijn echt verbazingwekkend en alle aandacht waard.”
Dat mijn (=as) kennis van zoogdieren niet onfeilbaar is blijkt uit de mededeling in het persbericht dat de mierenegels de meest voorkomende zoogdieren zijn in Australië. Ze kunnen overweg met elk klimaat. Vogelbekdieren kunnen stroom registreren en ze maken ook als een van de weinig zoogdieren gif aan. Asby’s boek is onlangs in het VK uitgekomen Platypus Matters: The Extraordinary Story of Australian Mammals.

Bron: Science Daily

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.