‘Onkruid’ dient als gewasbescherming

Larve lieveheersbeestje met bladluizen

Larve lieveheersbeestje lust bladluizen rauw (afb: Séverin Hatt/Univ Bonn)

‘Onkruid’ is eigenlijk maar een raar woord. Daarmee wordt groen bedoeld dat mensen om wat voor een reden dan ook niet motten en juist dat ‘onkruid’ blijkt voor (biologische) boeren een prima middel tegen de bestrijding van ‘ongedierte’ (nog zo’n raar woord), zo bleek onderzoekers van de Friedrich-Wilhelmsuniversiteit in Bonn (D). In combinatie met andere landbouwmethodes zoals het aanplanten van ‘wildstroken’ en het telen van meer dan een gewas op een akker heeft ‘onkruid’ vooral gunstige effecten, stellen de onderzoekers.
Meer gewassen verbouwen op een akker (multicultuur) levert meer opbrengst op, uiteraard afhankelijk van de gewassencombinatie. Doordat verschillende planten verschillende eisen hebben, zouden ze beter gebruik kunnen maken van voedingsstoffen en water. Sommige soorten, zoals bonen en lupines, zijn ook in staat stikstof vast te leggen in de bodem en dienen daarmee op natuurlijke wijze als ‘bemesters’.
“Multicultuur maakt het moeilijk voor onkruid om te groeien”, zegt Thomas Döring. “Ook zijn de gewassen veel minder besmet met ongedierte. Insecten specialiseren zich doorgaans op één soort plant en vinden dus met tussenteelt minder van de juiste soort planten.” Hoewel deze voordelen al vele malen zijn bewezen, hebben Döring en zijn collega Séverin Hatt nu onderzocht of deze voordelen nog verder kunnen worden verbeterd in combinatie met andere maatregelen.

Wilde bloemen

De onderzoekers verbouwden twee verschillende gewasmengsels – bonen en tarwe en papaver en gerst – in een veldexperiment van twee jaar. Daarnaast plantten ze stroken wilde bloemen langs de randen van de velden. “Die stroken trekken nuttige insecten aan die zich voeden met ongedierte”, stelt Döring. “Dat zijn, onder meer, zweefvliegen en lieveheersbeestjes, waarvan de larven zeer effectieve roofdieren van bladluizen zijn.”

De onderzoekers ontdekten zelfs dat de bladluiskolonisatie van de gemengde gewassen aanzienlijk daalde naast de stroken wilde bloemen. Ze ontdekten ook een ander effect: het mengen van bonen en tarwe of papaver en gerst onderdrukte op natuurlijke wijze de groei van ‘onkruid’ zonder dat daadwerkelijk volledig uit te roeien. Als de boer geen aanvullende maatregelen zou nemen, zouden wilde planten willekeurig over het veld blijven groeien.
Achtergebleven onkruid maakt het voor nuttige insecten gemakkelijker om zich te verspreiden. Dat verlaagt de opbrengst niet, maar draagt bij aan de bestrijding van onnut geacht gedierte.

Biologisch

De gewassen werden volgens de regels van de biologisch landbouw geteeld. Of deze bevindingen ook gelden voor de conventionele landbouw moet nog worden uitgezocht. Biologische boeren kunnen hun voordelen doen met het aanplanten van stroken wilde bloemen planten, een grotere mix van zaden en om wat restonkruid te laten staan. Deze combinatie van maatregelen zou helpen de plaag onder controle te houden terwijl tegelijkertijd het ‘onkruid’ op een acceptabel niveau blijft.

Bron: idw-online.de

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.