Onze moraal heeft een grote erfelijke component

Wij mensen denken dat we rationele wezens zijn die zorgvuldig de voors en tegens tegen elkaar afwegen alvorens een beslissing te nemen, maar dat is natuurlijk maar een armzalig beeld van de werkelijkheid. Een groot deel van wat we vinden lijkt erfelijk bepaald, denken onderzoeksters. Ze onderzochten die vraag op het punt van de tolerantie tegenover drugsgebruik en vrij seksueel verkeer.
Veel mensen zouden dezelfde denkbeelden hebben als hun ouders over gebruik van drugs of seksueel gedrag. Om erachter te komen in hoeverre de genen daar een rol in spelen hebben onderzoekers rond Annika Karinen van de Vrije Universiteit in Amsterdam een paar duizend tweelingen en hun brusters ‘doorgezaagd’ over hun meningen en kwamen tot bovenstaande conclusie.
Die is een beetje in strijd met wat veel psychologen denken. Onze denkbeelden zouden zich gaandeweg ontwikkelen. Uit eerder onderzoek zou zijn gebleken dat mensen die honger hebben naar welvaart streven, terwijl gezonde, krachtige mensen kracht belonen, maar welk voordeel hebben mensen aan het veroordelen van drugsgebruik van anderen?

Het idee is dat drugsgebruik gepaard gaat met vrijere seksuele moraal en dat zou een bedreiging kunnen zijn. In hoeverre ligt onze houding tegenover deze twee kwesties echter in onze genen vast?
De onderzoeksters ondervroegen zesduizend tweelingen (een- en twee-eiïg) en tweeduizend brusters van tweelingen over hun opvattingen over drugs en seks. De deelnemers vulden ook een formulier in met vragen over religieuze en politieke achtergrond.

De onderzoeksters vergeleken de antwoorden van de tweelingen en hun brusters. Eeneiïge tweelingen hebben 100% hetzelfde genetische materiaal, terwijl dat bij twee-eiïge tweelingen en broers en zusters (brusters dus) maar 50% is. Op basis van die wetenschap vonden de onderzoeksters dat ze conclusies konden trekken over de genetische component van de denkbeelden van de deelnemers. Bij brusters zou je ervan uit kunnen gaan dat andere invloedsfactoren, zoals school en huiselijke toestand, min of meer gelijk zijn.

50%

“Het tweelingmodel laat zien dat de de afkomst zowel bij de veroordeling van drogerende middelen als van seksueel gedrag eerder afhankelijk is van gemeenschappelijk genen dan van gemeenschappelijk invloeden van de omgeving”, stellen de onderzoeksters. Het bleek dat de antwoorden van eeneiïge tweelingen vaker overeenkwamen dan van tweeëiïge tweelingen en hun brusters. Daarin speelt het ouderlijk huis (en alles wat daarin gebeurt) slechts een ondergeschikte rol, stellen ze. De denkbeelden over drugs en seksueel gedrag zou voor ongeveer de helft door genen kunnen worden verklaard, de rest door de sociale omgeving. Grote vraag is of die genetische afhankelijkheid ook zou kunnen gelden voor de vorming van andere morele standpunten.

Bron: bdw

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.