De bodem herbergt een veelheid aan organismen die essentieel zijn voor planten, waaronder bacteriën en schimmels die deelnemen aan biochemische cycli en wortels beschermen. Deze soorten zijn van vitaal belang voor gewassen en de biodiversiteit in het algemeen. Europees onderzoek onder aanvoering van Marcel van der Heijden van de universiteit van Zürich zou aannemelijk hebben gemaakt dat bestrijdingsmiddelen de microbiële soortenrijkdom in de bodem verstoren. Overigens zouden ook andere gebruiken en stoffen (zoals ploegen of zware metalen) invloed op die soortenrijkdom kunnen hebben, nuanceren de onderzoekers. In de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk zouden 421 bestrijdingsmiddelen officieel zijn toegestaan . Die zouden schadelijke zijn voor mens en dier, maar welk effect ze hebben op bodemorganismen als bodembacteriën en schimmels is (nog) veel minder bekend. In dit onderzoek zochten wetenschappers naar sporen van bestrijdingsmiddelen in 373 bodemmonsters uit 26 Europese landen. Ze achterhaalden een aanzienlijk aantal micro-organismen in deze bodemmonsters en legden een verband tussen deze micro-organismen en de biologische functies die ze vervullen in, onder meer, de stikstof- en fosforkringloop.
Alles bijeen vonden ze 63 verschillende bestrijdingsmiddelen in 70% van de onderzochte locaties. Het ging vooral om fungiciden (schimmelbestrijders). Tien van de gevonden bestrijdingsmiddelen waren ten tijde van het onderzoek verboden, sommige al jaren. Zo vonden ze sporen van dieldrin, een insectenbestrijdingsmiddel dat in veel EU-landen als tientallen jaren verboden is. Of ze nu nog actief zijn konden de onderzoekers niet vaststellen (of hebben ze niet vastgesteld).
Van al deze moleculen is aminomethylfosfonzuur het vaakst aangetroffen, in meer dan de helft van de onderzochte bodems. Het is het belangrijkste afbraakproduct van glyfosaat, een omstreden onkruidbestrijder waarvan de vergunning door de Europese Commissie is verlengd en waarvan de schadelijke effecten op regenwormen en schimmels algemeen bekend zouden zijn. De op één na meest voorkomende stof is epoxiconazool, een schimmelbestrijder die in 2018, toen de onderzochte monsters werden verzameld, nog steeds in gebruik was, maar die inmiddels verboden is.
Om de gevolgen van moleculen op dit fragiele evenwicht te beoordelen, identificeerden de onderzoekers de verschillende organismen in elk bodemmonster. Ze extraheerden hun DNA en lazen die uit om te zoeken naar genetische merkers die specifiek zijn voor elke soort. Deze methode stelde hen in staat de biodiversiteit van elke bodem te koppelen aan het aantal en de hoeveelheid aangetroffen pesticideresiduen.
Essentiële soorten
Uit hun resultaten lijken bepaalde essentiële soorten, zoals mycorrhiza-schimmels die de plantenimmuniteit verbeteren door middel van symbiose, af te nemen onder invloed van fungiciden. Die verminderen ook de populaties van niet-doelorganismen, zoals archaea, bacteriën en geleedpotigen. Of het nu gaat om fungiciden, herbiciden of insecticiden, deze stoffen verstoren microbiële populaties veel breder dan waartegen ze ingezet worden.
Door het microbioom te veranderen, verstoren pesticiden ecosystemen, voornamelijk door de biologische kringlopen van stikstof en fosfor te beïnvloeden. Deze balans tussen levende organismen is essentieel voor een gezonde bodem.
Nog verrassender vinden de onderzoekers dat die chemische verbindingen de groei van bepaalde ongewenste micro-organismen bevorderen. Bodems met hoge concentraties glyfosaat vertonen een hogere dan normale diversiteit aan ziekteverwekkende schimmels en plantenetende nematoden (wormpjes). Dat gebeurt terwijl de hoeveelheid plantvriendelijke soorten afneemt. Verrassend aangezien de wetenschap niet kan voorspellen hoe organismen reageren op bestrijdingsmiddelen in een bepaalde omgeving (in dit geval de bodem).
Overigens kunnen ook andere (landbouw)gebruiken zoals ploegen een rol hebben bespeeld, stellen de onderzoekers. Ook is de rol van andere mogelijke verstoorders (zoals zware metalen) niet in dit onderzoek meegenomen. Kortom: er zou meer onderzoek gedaan moeten worden om een direct verband te leggen tussen de toepassing van bestrijdingsmiddelen en de bodemgezondheid.
Bron: le Monde