Hoeveel methaan ruft een koe? Kijk naar de melk

Koeienscheet

Zo kan het ook …

De veeteelt is bar slecht voor een ‘menselijk’ klimaat. Dat komt onder meer doordat een herkauwer nogal wat van het heftige broeikasgas methaan produceert, afhankelijk van wat die eet. Het schijnt dat onderzoeksters in Duitskland nu een methode hebben gevonden om de hoeveelheid per koe vast te stellen en daarmee de afhankelijkheid van het voer aan de hand van de melkproductie en de melkvetsamenstelling.
In Duitsland produceren koeien ongeveer 14 megaton aan kooldioxide-equivalent aan methaan. Dat is ongeveer eenvijfde van wat de Duitse landbouw aan broeikasgassen veroorzaakt. Methaan is een 28 keer heftiger broeikasgas (gemeten aan opwarmingseffect) dan kooldioxide.
Zoals gezegd hangt die methaanproductie van de koe af van wat die eet. Die productie ligt ergens tussen de 400 en 700 liter gas per dag. Het was alleen erg moeilijk te meten en de koeien waren er niet echt blij mee met de gebruikte meetmethodes. Daarom hebben Stefanie Engelke van het Leibnizinstituut voor nutsdierbiologie en collega’s een methode ontwikkeld om die productie uit te rekenen aan de hand van de melkafgifte en -samenstelling. Ze hadden daartoe de resultaten van twintig Holsteiners als basis genomen, die diverse soorten voer kregen.

Om een verband te kunnen leggen bekeken de onderzoeksters het vetgehalte van de melk met behulp van een ir-spectrometer en de opbrengst per koe. Dergelijke spectroscopische metingen zijn normaal bij de maandelijkse controles van melk.
Het bleek dat de melkvetsamenstelling en de melkproductie een goede maat zijn voor het schatten van de methaanproductie van de koe. Als je die gegevens per koe hebt dan kan je een goede schatting maken, stellen de onderzoeksters.

Dalen

Die methode biedt volgens de onderzoeksters ook de mogelijkheid de methaanproductie te laten dalen. Melkboeren kunnen op eenvoudige manier de methaanproductie van hun vee berekenen. Als die te hoog is kunnen ze die via het voer verlagen. Wel stellen de onderzoeksters dat er te weinig prikkels voor de boeren zijn om daar iets mee te gaan doen.

Bron: bdw

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.