Helft Nobelprijzen naar slechts vijf onderzoeksvelden

Andre(i) Geim

Andre(i) Geim (afb: WikiMedia Commons)

Meer dan de helft van de Nobelprijzen in de laatste decennia zijn naar vertegenwoordigers van slechts vijf onderzoeksvelden gegaan volgens een analyse van onderzoekers rond John Ioannidis van de Standforduniversiteit in Californië.
Ioannidis zegt dat hij vooraf al het vermoeden had dat de prijzen niet gelijkelijk verdeeld waren over de ‘te prijzen’ vakgebieden. Toen de onderzoekers het ‘slagveld’ tussen 1995 en 2017 bekeken bleek het echter nog erger te zijn dan vermoed. De vijf winnende vakgebieden waren: deeltjesfysica, celbiologie, atoomfysica, neurowetenschap en moleculaire scheikunde (staat er in NS, geen idee wat dat is; as). Bij elkaar kreeg dat vijftal 52,4% van de uitgereikte Nobelprijzen.
De Nobelprijzen waar de onderzoekers naar keken gaan naar prestaties op het gebied van scheikunde, natuurkunde en geneeskunde. Kennelijk worden daar 114 onderzoeksvelden onderscheiden. Slechts 36 daarvan vielen in de prijzen en vielen ademhalingsziektes tot planetaire wetenschap uit de boot. “Het zou absurd zijn dat alle vakgebieden dezelfde kans hebben opzienbarende ontdekkingen te doen, maar tegelijkertijd is er ook een zichzelf versterkend effect dat dezelfde gebieden steeds maar weer vooropzet”, zegt Ioannidis.
Volgens de onderzoeker is het risico van die zelfversterking dat geld naar een beperkt aantal onderzoeksgebieden gaat en de keuze van de invloedrijkste bladen scheef trekt. Onderzoekers in die onbeprijsde vakgebieden zullen dat erg oneerlijk vinden, denken de onderzoekers.

De onderzoekers bekeken ook het belangrijkste artikel per prijswinnaar. Binnen het jaar waren er gemiddeld ruim vierhonderd artikelen die heftiger geciteerde werden dan dat artikel van de Nobellaureaat. Dat lijkt er op dat de wetenschappers de wetenschappelijke waarde van vindingen anders inschatten dan de leden van het Nobelcomité. De enige uitzondering was in 2004 de ontdekking van grafeen, onder meer van Andrei Geim, die zijn ontdekking deed toen hij werkzaam was bij de Katholieke universiteit in Nijmegen (tegenwoordig de Radbouduniversiteit). “Doorbraken worden zelden smakelijk gepresenteerd. Vervolgartikelen zijn vaak nauwkeuriger en makkelijk te lezen en te begrijpen. Dat maakt ze citeerbaarder.” Volgens Geim komt dat geringe aantal prijswinnende vakgebieden dat wetenschappelijk vooruitgang nooit glad en algemeen is.

Beperkingen

Volgens Ioannidis zitten er beperkingen aan hun analyse. Het is soms lastig hét ‘kernartikel’ van een onderzoeker aan te wijzen voor het werk waarvoor hijzij de Nobelprijs heeft ontvangen. Sommige vakgebieden zouden ook wel eens niet zo relevant kunnen zijn binnen de scheikunde, natuurkunde en geneeskunde. Volgens hem zou het mankement te repareren zijn met nieuw prijzen, maar het is aan het Nobelcomité om daar een beslissing over te nemen.

Bron: New Scientist

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.