Pitbulls zijn niet per se agressief

Stuurbaarheid honden

De ‘stuurbaarheid’ van honden is nauwelijks afhankelijk van het ‘ras’ (afb: Science)

Vrijwel iedereen (schat ik zo) gaat er van uit dat gedrag en ras van de hond aan elkaar gekoppeld zijn: je hebt hondenrassen die lief zijn voor kinderen en andere die agressief zijn of zelfs levensgevaarlijk. Uit een omvangrijke studie met zo’n 18 000 honden zou zijn gebleken dat dat een broodje-aapverhaal is.“Als je een hond op ras uitkiest dan krijg je een hond die er op een bepaalde manier uitziet, maar wat zijn gedrag betreft is dat een kwestie van mazzel”, zegt Elinor Karlsson van de universiteit van Massachusetts op een wat omfloerste wijze. Hondenrassen zijn een moderne ‘uitvinding’. Mensen hebben gefokt op uiterlijk en, dachten ze, gedrag sinds de honden zich steeds verder van voorouder de wolf ging onderscheiden zo’n tienduizend jaar geleden. Het meest werd gekeken naar het nut van honden voor de mens als, bijvoorbeeld, waak- of herdershond.
Als je de vele hondenrassen ziet dan kun je je bijna niet voorstellen dat dat een en dezelfde diersoort is, maar laat ze paren en je ziet dat ze (hybride) nageslacht krijgen dat zelf ook weer vruchtbaar zijn; het beste bewijs dat ze behoren tot dezelfde soort. Dat selecteren op uiterlijk begon zo’n tweehonderd jaar geleden. Die verschillende ‘rassen’ werden en worden ook geassocieerd met bepaald gedrag. Zo zouden volgens de Amerikaanse kennelclub mopshonden ‘ondeugend’ zijn en bordercollies ‘aanhankelijk’. Karlsson: “Ieder die een nest heeft van acht honden kan je vertellen over de verschillende persoonlijkheden daarin.”
Om een beter idee te krijgen hoe ‘ras’ (fokking) en gedrag invloed op elkaar hebben ondervroegen de onderzoeksters
duizenden hondeneigenaren over hun honden en gewoontes. Van een deel van de honden werd DNA onderzocht om te kijken of afkomst/verwantschap iets te maken heeft met gedrag.

Gemeen

Het bleek dat rassen sommige eigenschappen gemeen hebben. Zo laten Duitse herders zich in het algemeen makkelijker sturen en beagles minder. En uit het DNA-onderzoek kwam dat mengrassen met een bepaald voorouderschap een neiging vertoonden sommige dingen op een bepaalde manier te doen dan als dat niet zo was. ‘Vuilnisbakkies’ met een Sint Bernard-voorouder, bijvoorbeeld, waren aanhankelijker, terwijl straathonden die van Chesapeake Bay-retrievers afstamden nogal eens de neiging hadden om deuren te vernielen.

Toch bleek ‘ras’ maar voor 9% het gedrag van honden te bepalen. Dat is minder dan bij de meeste mensen, stelt Karlsson. De correlatie tussen ‘ras’ en agressie lag nog lager. “We praten over rassen alsof die categorisch verschillend zijn”, zegt Evan MacLean van de universiteit van Arizona, die niet aan het onderzoek heeft deelgenomen.
Uit de analyse van de genetische gegevens zou zijn gebleken dat elf domeinen in het genoom een verband hebben met specifieke gedragingen. De neiging om te huilen, bijvoorbeeld, zou bepaald worden door twee genen die bij mensen zijn geassocieerd met spraak. Het meest significante verband bestond tussen een deel van het genoom dat bij mensen betrokken is bij cognitieve prestaties, maar bij honden de kans verhoogt om achter objecten vast te komen zitten.

Die verbanden waren er al voordat er zelfs maar hondenrassen waren, zegt Kelsey Witt van de Brownuniversiteit die ook niet aan de studie heeft meegewerkt. “Op het eerste gezicht is het gek dat ras geen goede voorspeller is, maar als je weet hoe kort die nog maar bestaan (evolutionair gezien; as) dan lijkt dat logisch.”

Bron: Nature

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.