Kernfusie zou binnen paar jaar praktijk kunnen zijn

Deuteriumfusiereactor

De Zweedse koudefusiereactor (afb: univ.v.Gothenburg)

Onderzoekers van de universiteit van Gothenburg en de universiteit van IJsland denken dat het mogelijk is binnen een paar jaar kleine fusiereactors te gebruiken voor zowel verwarming als voor de productie van elektriciteit. Het zou gaan om een nieuw type fusiereactor, dat vrijwel geen neutronen produceert, maar wel zware elektronen (muonen), uitgaande van ultradicht zwaar waterstof (deuterium). Opmerkelijk is dat de onderzoekers in hun artikel de wetenschappelijk beladen term koude kernfusie in de mond nemen. Hadden de verguisde Martin Fleischman en Stanley Pons achteraf dan toch gelijk?

Kernfusie haalt zijn energie uit het samensmelten (=fusie) van twee kernen. Meestal worden daarvoor kernen van waterstofisotopen gebruikt. Er wordt al jaren gesleuteld aan kernfusie, maar vooralsnog lijkt de enige constante dat de praktijk van die manier van energieopwekking nog 50 jaar ver weg is. Recentelijk komen er uit Amerika berichten dat het allemaal veel eerder mogelijk is. Nu lijkt ook in Europa, waar ondertussen moeizaam gebouwd wordt aan de miljarden kostende proefreactor ITER, een methode gevonden te zijn om kernfusie binnen een paar jaar op de markt te introduceren. “Deze methode heeft een aanzienlijk voordeel vergeleken bij andere kernfusieprocessen die elders ontwikkeld worden, aangezien neutronen grote risico’s meebrengen”, zegt Leif Holmlid van de universiteit van Gothenburg.
Het nieuwe fusieproces kan zich afspelen in relatief kleine laseraangedreven reactoren met ultradicht zwaar waterstof (deuterium). Die waterstofisotoop is ruim voorhanden op de aardbol. Het proces kan zonder de nog zwaardere en radioactieve waterstofisotoop tritium. Holmlid: “Een groot voordeel van de snelle, zware elektronen is dat ze geladen zijn en dus meteen elektrische energie kunnen produceren. De energie van de neutronen die in andere types kernfusie worden geproduceerd is moeilijk te hanteren, omdat die niet geladen zijn. Die neutronen bevatten veel energie en zijn buitengewoon schadelijk voor levende organismen, terwijl de snelle, zware elektronen aanzienlijk minder riskant zijn.” Die snelle neutronen vereisen ook een afscherming van enkele meters dik. Muonen vervallen snel in gewone elektronen en neutrino’s. Door die omstandigheden zou de Scandinavische fusiereactor veel kleiner en compacter kunnen zijn dan die bij fusieprocessen waarbij neutronen ontstaan zoals de ITER. De hoger temperaturen die bij ITER nodig zullen zijn, maken een magnetische insluiting van de superhete fusiemassa (een plasma) nodig. Dat maakt dat proces technisch ingewikkeld en ook tamelijk riskant. Het koudefusieproces van de Scandinaviërs zou daar geen last van hebben.

Bron: Alpha Galileo

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.