Er zou heel wat mis zijn met bepalingen veiligheid stoffen

Joonas Kiovisto

Joonas Koivisto (afb: arche-consulting.be)

Geloof het (of niet), maar het is heel lastig om de veiligheid (niet-giftigheid) van stoffen voor mens en dier te bepalen. Het heeft niet voor niks vele jaren geduurd voor de (nagenoeg) absolute zekerheid werd verkregen dat roken slecht is voor je gezondheid, terwijl Couperus daar eind negentiende eeuw al zijn bedenkingen over had. Nu lijkt het er op dat twee bronnen over de veiligheid van chemische verbindingen, Stoffenmanager en Advanced REACH Tool (door de EU aanbevolen), niet betrouwbaar zijn.
In de praktijk worden Stoffenmanager en de Advanced REACH tool gebruikt door overheden bij beslissingen over toelaatbaarheid van stoffen in het dagelijkse gebruik en/of productie. De gegevens van die bronnen worden ook gebruikt voor het bepalen van beschermings- en veiligheidsmaatregelen (in dien dat gebruik kennelijk als onoverkomelijk wordt gezien).
De tekortkomingen bij het bepalen van die veiligheidsgrenzen (of de giftigheid of andere nadelige eigenschappen) zouden volgens de onderzoekers een verkeerd beeld geven van de (on)veiligheid van chemische stoffen en daarmee ook de veiligheids- en beschermingsmaatregelen onderuithalen. Stoffenmanager heeft wereldwijd zo’n 37 000 gebruikers met in het totaal beoordelingen van ruim 310 000 scheikundige verbindingen (stoffen) met betrekking tot de (on)veiligheid voor de mens.
De onderzoekers bepaalden de onzekerheid van, wat zij noemen, de ‘modellen’ vanuit drie perspectieven. Die beoordelingen zouden zijn gebaseerd zijn op parameters die niets zeggen over de causaliteit (oorzaak en gevolg). Die parameters zouden deels subjectief zijn gekozen als resultaat van de interpretatie van gebruikers (een van de 37 000 abonnees van Stoffenmanager, bijvoorbeeld). Verder worden er ook subjectieve vermeningvuldigingsfactoren gehanteerd door verschillende blootstellingsgroepen te mengen, zoals bijvoorbeeld de farma-industrie, bakkerijen en de bouw.

Niet voldoen

Dat alles bij elkaar zou dat betekenen dat de gebruikte modellen niet voldoen aan de regels van de EU (het agentschap voor chemische stoffen). Die verlangt objectief vastgestelde (maximaal toelaatbare) blootstellingswaarden. Zoals die waarden nu worden bepaald door die twee aanbevolen instellingen is het goed mogelijk de uitkomsten aan te passen aan de wensen van de gebruikers van die bronnen (onder meer bedrijven, dus). Met andere woorden: er kan mee worden gesjoemeld.

“Er zitten veel onzekerheden in de modellen”, zegt Joonas Koivisto van de universiteit van Helsinki, “maar die onzekerheden kunnen met grotere betrouwbaarheid worden bepaald.”
De onderzoekers bevelen andere, wat zij noemen niet-fysische modellen, worden gebruikt om de (on)veiligheid van chemische verbindingen te bepalen. Ze zouden de voorkeur geven aan het zogeheten tweecompartimentenmodel, dat werkt met hogere concentraties chemicaliƫn in de buurt van de emissiepunten, waarbij ervan wordt uitgegaan dat massa niet zonder oorzaak kan verdwijnen (of verschijnen). Dat model zou betere, vooral objectievere, beoordelingen opleveren van de (on)veiligheid van stoffen en dientengevolge ook van de te nemen beveiligingsmaatregelen bij gebruik.

Bron: Alpha Galileo

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.