Lelijkers zouden meer getreiterd worden

Soms kom je dingen tegen waarbij je denkt: Het zal wel. Neem nou de uitspraak dat lelijke mensen op hun werk vaker getreiterde worden dan minder lelijke mensen. Dat zou onderzoek van een assistent-hoogleraar Brenn Scott van de staatsuniversiteit van Michigan hebben uitgewezen. Scott heeft dat onderzocht bij 114 mensen die werken op een instituut in de gezondheidszorg in het zuidoosten van de VS. Volgens de assistent-hoogleraar, die het verhaal heeft opgeschreven in het blad Human Performance is dat de ‘lelijke waarheid’. Dan vraag je natuurlijk af: wie bepaalt of iemand mooi of lelijk is? zijn daar normen voor?. Wat pesten is kun je misschien nog wel definiëren, maar dat staat of valt toch met de ideeën van de persoon in kwestie: Was sich liebt dass neckt sich (oder so etwas).
ScienceDaily die, onder veel meer, dit nieuws verspreidde, zet daar heel vroom onder dat met deze kennis gewapend de leiding van bedrijven getreiter kan voorkomen of dat die de getreiterden op zijn minst geestelijk kan bijstaan. Ach ja, er wordt wat afgehobbyd in de (mens)wetenschap.

Bron: Science Daily

We klappen omdat anderen het doen

Applaus heeft meer te maken met het gehoorde dan het getoonde of ten gehore gebrachte, zo heeft Brits/Zweeds onderzoek aannemelijk gemaakt. Applaus heeft iets van een epidemie: je raakt er door aangestoken. De Zweedse wiskundige Richard Mann van de universiteit van Uppsala filmde studenten bij voorstellingen van medestudenten. Uit bestudering van de beelden bleek dat mensen gaan klappen als anderen dat ook doen: hoe meer hoe groter de ‘klapdwang’ is. AIs de helft van het gehoor klapt, dan is de neiging van de niet-klappers om ook te beginnen tien zo groot dan als maar 5% van de aanwezigen klapt. Het applaus houdt op als er veel mensen ophouden met applaudisseren. Al dat geklap heeft niks met de kwaliteit van de voorstelling te maken, zo bleek uit het onderzoek. De duur van een applaus voor een slechte voorstelling kon even lang duren als voor een goede. Hoe Mann c.s. de kwaliteit van het gebodene hebben bepaald, weet ik niet. Volgens de onderzoekers zou er, anders dan bij het uitjouwen, geen minimum aantal zijn dat een applaus kan uithalen. Dat waag ik te betwijfelen.

Bron: Science