We worden steeds dikker en steeds dwingender ingepakt door de technologie en we laten ons ook, lijkt het wel, met graagte inpakken. Daar maken gewiekste bedrijven als Google en Amazon misbruik van, als is dat misbruik ook van alle tijden. Heel duidelijk is dat natuurlijk te zien aan het ‘belgedrag’ van slimteleigenaars. Op de gekste momenten en plaatsen vinden ze het noodzakelijk het dinkske te beloeren en te betasten, maar het gaat nog wel erger worden, laat het Franse dagblad Le Monde de Wit-Rus Evgeni Morozov zeggen. Het stopt natuurlijk niet bij de ‘slimme’ telefoon. De ijskast moet zo nodig ‘slim’ worden, de meter, de auto en het huis. Als een steeds klemmender keurslijf krijgt de techniek steeds meer greep op ons en vooral de bedrijven die achter die techniek ‘schuil’ gaan.
Lees verder
Categorie archieven: psychologie
Ruimtereis komt met fysieke sores
Een mens is niet geschikt om langdurig in te ruimte te vertoeven. Hij/zij bestaat voor een groot deel uit water en als de zwaartekracht wegvalt, dan stijgt het naar zijn/haar hoofd. Je kop zwelt op, de druk op je borst neemt toe en weefsel in je benen sterft af. Ook je bot houdt het voor gezien, want niet langer nodig: zo’n 1 tot 2% per maand. Daar is met oefeningen wel wat aan te doen. Ook zou je door het ruimteschip te laten draaien een kunstmatige zwaartekracht kunnen creëren, maar dat geeft weer andere problemen. In 2009 ontdekte ruimtevaarder Michael Barratt, arts van opleiding, dat hij in de ruimte verziend werd. Een verblijf in de ruimte had, zo bleek, ook effect op de vorm van de oogbol. Dan hebben we het nog niet eens over de straling gehad, waaraan ruimtevaarders bloot staan tijdens hun reis of over de psychische problemen die een maandenlange of zelfs jarenlange reis met zich mee zouden brengen. Vier van de zes kosmonauten die, bij wijze van oefening, 17 maanden in een nepruimtevaartuig werden opgesloten ontwikkelden stoornissen. In het algemeen werden de zes gaandeweg de ‘reis’ steeds luier en zonder twijfel zal ook de onderlinge wrijving gegroeid zijn, met alles wat daarbij komt kijken.
Toch heeft dat vooruitzicht als ook het feit dat geen terugkeer meer mogelijk is, duizenden mensen er niet van weerhouden zich voor de eerste Marsreis met Mars One op te geven. Is de mens een groter soort lemming of is door die ondernemingszin de mensheid gekomen waar die nu is (wat overiegsn ook niet onverdeeld positief is)?
Bron: New York Times
Krab je spiegelbeeld en de jeuk verdwijnt
Iedereen kent wel de grap van de nephand die mensen als eigen hand gaan zien en die proberen terug te trekken als die met een hamer bedreigd wordt. Waarheid en werkelijkheid staan hoog in ons vaandel, maar de wereld, onze wereld, wordt geregeerd door illusie. De rubber nephand is daarvan een voorbeeldje, placebo’s een ander, maar wat te denken van het idee dat je je linkerarm krabt als je rechts jeuk hebt? Onzin? Nee hoor, het werkt, althans deels , constateerde Christoph Helmchen van de universieit van Lübeck (D), zelfs als je op de verkeerde plaats krabt. Lees verder
‘Liefdeshormoon’ oxytocine is ook link
Het natuurlijk hormoon oxytocine heeft een goede naam opgebouwd als chemische ‘vredesstichter”. Het helpt mensen aan rust in het hoofd en autisten en schizofrenen schijnen door het hormoon socialer te worden. Psychologen, ongetwijfeld in Amerika, schijnen echter met het liefdeshormoon te strooien. Dat is niet zo’n goed idee vinden onderzoekers Christopher Cardoso en Anne-Marie Linnen van het Canadese Concordia-universiteit. Te veel oxytocine kan bij jonge mensen leiden tot overgevoeligheid voor de reacties van anderen. Lees verder
Overdreven complimenten missen hun doel bij kinderen
Kinderen die niet veel zelfvertrouwen hebben, zijn niet gebaat bij overdreven complimenten, zo heeft onderzoek van de Amerikaanse staatsuniversiteit van Ohio aannemelijk gemaakt. Er is al veel onderzoek gedaan naar de effecten van complimenten, maar het is voor het eerst dat onderzoekers hebben gekeken naar de effecten van overdreven complimenten op kinderen. Dan hebben we het over uitspraken als ‘Je bent het ongelooflijk goed’ in in plaats van ‘Je doet het goed’. Lees verder
Foto’s maken stoort herinnering
Het lijkt een hulp ter ondersteuning van de (vaak mooie) herinnering, maar het tegendeel blijkt waar: fotograferen is slecht voor de herinnering, zo is bij museumbezoekers geconstateerd. Zo krijgt het begrip fotografisch geheugen toch een andere betekenis.
Lees verder
Handwassen maakt optimistisch met een slechter resultaat
Kai Kaspar, junior-hoogleraar (geen idee wat dat is) aan de universiteit van Keulen in de sociale en mediapsychologie houdt wel van een geintje. Hij vroeg zich af, waarom mag God weten, hoe mensen presteren nadat ze hun handen gewassen hebben. Nou, ze gaan vol goede moed een nieuwe uitdaging aan en presteren slechter dan een groep viezeriken die, net als de handenwassers, na een bijna onmogelijke opdracht te hebben verknald een nieuwe uitdaging voor de kiezen krijgen. De handwassers scoorden even goed (of even slecht) als een groep die nog geen ondoenlijke opdracht achter de rug hadden.
En dan gaat onze vrolijke wetenschapper aan het verklaren. Het is altijd grappig als je die verklaringen leest. Dan krijg je in ieder geval het idee dat je dat zelf ook had kunnen verzinnen. Zo moeilijk is wetenschap dus helemaal niet. Fysieke reiniging, zo stelt Kaspar, na een mislukking wast kennelijk ook de nare nasmaak weg (dus, dames, altijd douchen na een nederlaag!), maar die neemt ook de motivatie weg om beter zijn/haar best te doen. Dus, dames, niet douchen als je verloren hebt en je moet nog een wedstrijd spelen. Kijk, dat is nou nog eens onderzoek waar je wat aan hebt.
Bron: Eurekalert
Zielig hondje is zieliger dan een zielige volwassene, vinden mensen
Mensen zijn rare wezens. Nou zou weer zijn gebleken dat de meeste mensen meer moeite hebben met een mishandeld hondje dan met een mishandeld mens; tenminste , als dat mens geen kind is (dat is dan wel weer erg). Dat blijkt uit onderzoek van Jack Levin en Arnold Arluke.
Een grote meerderheid van de 240 personen die aan het experiment van de twee onderzoekers deelnamen, reageerde met grote afschuw en verontwaardiging op een artikel over mishandelde dieren (fictief, maar dat wisten de proefpersonen niet). Ook bij de, overeenkomstig getoonzette, verhalen over mishandelde kinderen waren de reacties over het algemeen even heftig.
De proefpersonen kregen een verhaal over mishandeling van puppies, kleine kinderen, volwassen dieren en van volwassenen te lezen en moesten aangeven hoe ernstig dat verhaal hen had aangegrepen. Dat de mishandeling van kleine kinderen en puppies de heftigste reacties van de proefpersonen opwekte, lag in de lijn der verwachting. Vreemder was het dat ook het verhaal over de mishandeling van een volwassen hond meer emoties opriep dan dat over mishandeling van een volwassen mens. “Dan lijkt het er op dat er toch wel enige waarheid zit in de volkswijsheid dat veel mensen zich meer bekommeren om het leed van dieren dan van mensen”, stellen de onderzoekers voorzichtig; tenminste als het om mishandeling gaat. De volwassen mens wekte met afstand de minste emotie op.
Waarom dat is? Volgens beide onderzoekers zou dat kunnen komen doordat we dieren (jong en oud) en kinderen dezelfde eigenschappen toedichten: onschuld en weerloosheid. Volwassenen zouden hun mannetje moeten kunnen staan. Die voldoen niet aan het klassieke beeld van het onschuldige slachtoffer. De onderzoekers denken dat bij katten een soortgelijk resultaat zou zijn geboekt, hoewel ze dat niet hebben onderzocht. Dat is dan weer een wetenschappelijk bedenkelijke opmerking.
Bron: bild der wissenschaft
Orde en chaos hebben allebei hun voordelen

Een schoon bureau werkt beter, zegt de een. Nee, ik heb chaos nodig, zegt een ander. Allebei blijken ze een beetje gelijk te hebben als je de uitkomsten van Amerikaans onderzoek mag geloven. Het gaat er om wat je doet. De geest beïnvloedt de omgeving, maar kennelijk de omgeving ook de geest. Iemand die door chaos omgeven is handelt anders dan iemand die in een opgeruimde omgeving functioneert. Je hoeft alleen maar aan de ‘weggooibereidheid’ te denken die mensen in een vervuilde omgeving vertonen, terwijl diezelfde mensen in een keurige onderhouden omgeving op zoek gaan naar een afvalbak. Het schijt het lekkerst op een hoop stront, noemde een oude college van me dat ooit (het was een Amsterdammer). De gedachte is dan: orde is goed en laat mensen mooie dingen doen, terwijl wanorde staat voor agressiviteit, vooroordelen en andere slechte dingen.
Als goed wetenschapper vraag je je dan natuurlijk af of dat wel klopt. Kathleen Vohs van de universiteit van Minnesota is dat met collega’s gaan uitzoeken. Waarom zouden niet beide hun voordelen kunnen hebben? Ze beproefden hun ideeën aan de hand van drie tests. In de eerste test moesten 34 Nederlandse studenten, met slordige of opgeruimde bureaus, een vragenlijst invullen. Ze kregen te horen dat de de universiteit een goed doel ondersteunde: of ze daar iets voor over hadden, wellicht. Daarna liepen ze langs twee manden met versnaperingen: appels en chocoladerepen. 82% van de ‘ordelijke’ studenten gaf geld, 47% van de ‘wanordelijke’. Gemiddeld gaven de ‘ordelijken’ twee keer zo veel. Tweederde van de ‘ordelijken’ koos voor de appel en maar eenvijfde van de ‘chaoten’. Daar haalden de onderzoekers dan uit dat ordelijkheid dingen naar boven haalt die met traditie en conventie te maken hebben zoals grootmoedigheid, onbaatzuchtigheid en een gezonde levensstijl.
1 – 0 voor de orde dus, maar Vohs hield daar niet op. Bij de tweede test ging het om creativiteit, iets dat gewoonlijk geassocieerd wordt met wanorde, ‘bandeloosheid’ en verder kijken dan je neus lang is. Bij deze test moesten 48 Amerikaanse studenten een bedrijf helpen nieuwe toepassingen en markten te bedenken voor tafeltennisballetjes. Een onafhankelijke groep (niet de onderzoekers zelf, dus) beoordeelde de creativiteit en gaf daar punten voor: een (maximale) 3 voor heel creatieve ideeën. Het kondigde zich al aan: de 24 ‘chaoten’ scoorden hoger dan de ‘ordelijken’ en scoorden vaker 3-en. Kennelijk heeft wanorde een positieve invloed op de scheppingskracht van iemand.
In een derde test keken de onderzoekers of de paren ordelijk=conservatief tegenover wanorde=innovatief ook geldt als het om min of meer neutrale eigenschappen gaat. Ook dat bleek zo te zijn, zodat Vohs en de haren tot de conclusie kwamen dat chaos niet zonder meer slecht en orde niet zonder meer goed is. Creatieve mensen, zoals ook Nobelprijswinnaars, zouden een voorkeur hebben voor chaos. Een van hen zou Einstein zijn, die nooit te beroerd was voor een bon mot: “Als een slordig bureau een aanwijzing is voor een slordige geest, waar duidt een leeg bureau dan op?”
Bron: bdw
Psychopaat heeft meegevoel (op commando)
Psychopaten zouden allerlei vreselijke doen bij andere mensen omdat ze geen compassie hebben met hun medemens, omdat ze daar gewoon niet toe in staat zouden zijn, maar Gronings onderzoek maakt aannemelijk dat ze wel degelijk kunnen meevoelen. Alleen moeten ze daar de opdracht voor krijgen. De Groninger onderzoekers rond Christian Keysers maten met mri hersenactiviteiten van 18 psychopathische gevangenen bij het bekijken van filmpjes, waarop neutrale, liefkozende of pijnveroorzakende handen van twee mensen waren te zien. Normale mensen reageren daarop via een soort spiegelmechanisme, psychopaten niet. Vervolgens werd de psychopaten gevraagd om zich in te leven in het slachtoffer en zie: hun hersenen vertoonden activiteiten die stroken met die van niet-psychopaten. Psychopaten kennen dus wel degelijk meegevoel, maar het lijkt er op of dat in de ‘normale’ stand is uitgeschakeld, lijkt de conclusie te moeten zijn. Uit het onderzoek is niet gebleken of de psychopaten hun meegevoel bewust kunnen uitschakelen. Wel denken de onderzoekers dat het resultaat van het onderzoek gebruikt kan worden bij een therapie die er op gericht zal zijn het meegevoel automatisch in te schakelen zoals bij niet-psychopaten.
De onderzoekers geven in hun artikel in het tijdschrift Brain aan dat ze uit veiligheidsoverwegingen geen controlegroep niet-psychopathische gevangenen hebben meegenomen. Hoewel leeftijd en links-/rechtshandigheid overeenkwamen, bleek er tussen de controlegroep en de psychopaten een aanzienlijk verschil in opleiding en intelligentie. Zo ging de controlegroep (gemiddeld dertigers, net als de psychopaten) bijna 12 jaar naar school, terwijl de psychopaten iets meer dan 7 jaar school gingen, wat ook betekent dat de hoogst bereikte opleiding van de controlegroep hoger was dan die van de gevangenen. Ook het IQ van de controlegroep lag hoger. Ook vragen de onderzoekers zich af of ze, gezien de omvang van groep, wel algemene conclusies kunnen trekken, hoewel zelden eerder een zo grote groep psychopathische gevangenen is ‘doorgelicht’. De onderzoekers realiseren zich dat ze slechts een sub-groep van de psychopaten hebben bekeken. Dat betekent niet dat hun uitkomsten nietszeggend zijn, vinden ze. Die werpen wel degelijk een nieuw licht op dit thema.
Volgens schattingen heeft 1 op elke 100 mensen psychopathische aandoeningen. Psychopaten komen onevenredig vaak met justitie in aanraking. Volgens onderzoekingen is zo’n 20 tot 30% van de Amerikaanse gevangenisbevolking een psychopaat.
Bron: bild der wissenschaft.






