Grotere hersens betekenen niet hoger iq

HersendoorsneeIn 1836 zei de Duitse bioloog Friedrich Tiedemann dat er een relatie moest zijn tussen de grootte van de hersens en de intellectuele vermogens en functies van de geest. Nu hebben onderzoekers van, onder meer, de universiteit van Wenen uitgemaakt dat er weinig direct verband is. Er is hooguit een zwak verband dat niet bepaald wordt door geslacht of leeftijd. Lees verder

Eerstgeborenen niet per se slimmer

Alfred Adler, psycholoog en psychiater

Alfred Adler, vak- en tijdgenoot van Freud, dacht dat de middelste kinderen te lijden hadden van de andere broers en zusters (afb: Wiki Commons

Vaak wordt gezegd dat eerstgeborenen in een gezin (de oudste) slimmer zijn en maatschappelijk meer succes hebben dan hun jongere brusters en we zeggen het elkaar na. Is dat ook zo? Niet echt, zo vonden twee onderzoekers van de universiteit van Illinois (VS).
Lees verder

Langer gezoogd kind zou intelligenter worden

Zuigeling (3-6 maanden) aan de borstvoedingHoe langer zuigelingen moedermelk krijgen hoe slimmer ze later zullen zijn, zo hebben Braziliaanse onderzoekers gedestilleerd uit een onderzoek onder 3500 proefpersonen. De uitkomst zou onafhankelijk zijn van de sociale status van de ouders. Overigens hebben we het dan over een verbetering van de iq-score met hooguit een paar punten. Het verschil in materiële status tussen flessenkinderen en zuigelingen is indrukwekkender.
Lees verder

Maakt armoede dom?

Het lijkt er op dat mensen met geldzorgen minder hersenruimte over hebben voor andere zaken.  Ze lijken ‘gevoeliger voor slechte beslissingen die hun situatie laten voortduren”, formuleert de Amerikaanse krant de Washington Post het voorzichtig. Een normaal mens zou zeggen: ze worden dom.
“Eerder onderzoek leek uit te wijzen dat armen hun armoede zelf te verwijten is. Ze werken niet hard genoeg en zijn niet ambitieus”, zegt (mede)auteur van de studie Jiaying Zhao van de universiteit van British Columbia in het wetenschapsblad Science. “Wat we zeggen is dat het niet om het individu gaat, maar om de situatie.”
Als onderdeel van de studie onderwierpen de onderzoekers twee categorieën proefpersonen aan tests: winkelaars met een laag en modaal inkomen in een winkelcentrum in de Amerikaanse staat New Jersey en suikerboeren op het Indiase platteland. De Amerikanen ondergingen een serie tests om hun iq te meten en de mate van impulsbeheersing. De helft kreeg een ‘treitervraag’ om hun aandacht te richten op financiële perikelen: wat zou je doen als je auto het begaf en je  $1,500 voor de reparatie? Die Indiase boeren werden getest op kennis en beslisvermogen voor de suikeroogst, een krappe tijd, en erna als de financiële problemen wat minder waren. Het bleek dat mensen die worstelen met geldproblemen een lagere iq hebben (-13 punten), ongeveer zoals mensen die een nacht niet geslapen hebben.
Volgens mede-auteur Sandhil Mullainathan, econoom van Harvard, is vaak verondersteld dat arme mensen arm zijn wegens gebrekkige vaardigheden, al of niet ten gevolge van meegemaakte drama’s of persoonlijke leefomstandigheden. Volgens de studie zou, dus, blijken dat dat echter iedereen onder dezelfde omstandigheden zou overkomen. De vaardigheden lijken weer terug te komen als de geldproblemen voorbij zijn.
Volgens Zhao en  Mullainathan kunnen de onderzoeksresultaten, als ze door ander onderzoek worden bevestigd, grote gevolgen hebben voor de politiek. De overheid zou starters niet moeten lastig vallen met ingewikkelde formulieren of moeten opzadelen met geldproblemen (belasting). Dat zou ten koste van hun slimheid kunnen gaan.

Bron: Washington Post