Kloondiscussie laait op

De Duitse stamcelexpert Oliver Brüstle
Het bericht dat in Amerika uitgaande van een huidcel via klonen embryonale stamcellen zijn geproduceerd heeft in Duitsland de discussie over de (on)wenselijkheid van klonen weer doen oplaaien, zo blijkt uit reacties op dat nieuws in Der Spiegel-online. Opvallend is dat de meeste reageerders op het artikel van Nina Weber positief staan tegenover het klonen. Even opvallend is het commentaar van Oliver Brüstle, in Webers artikel aangehaald als dé Duitse stamcelexpert, die het onwaarschijnlijk acht dat de door Mitalipov geproduceerde embryonale stamcellen ooit zullen worden ingezet voor therapeutisch gebruik. Daarvoor zou eerst een embryo moeten worden ontwikkeld, is zijn verhaal, en dan zijn we, wat de discussie betreft, weer terug bij AF. In Nederland lijkt nauwelijks iemand zich druk te maken over klonen.

Bron: Der Spiegel

Blind oog

Hoe komt het toch dat ook deskundigen blind blijven voor een oplossing die vlak voor hun neus ligt, vroeg de Engelse psycholoog Gordon Rugg zich af en schreef er samen met journalist en schrijver Joseph d’Agnese een boek over, “De blinde vlek” (Blind spot). Mensen, ook deskundigen niet, zijn niet goed in redeneren. Ze maken fouten. Een zelfs als ze goed redeneren is het nog de vraag of ze de juiste vragen stellen. Rugg ontwierp, samen met anderen, vier gereedschapskisten met methoden om die fouten op te sporen: kist 1 in de gegevensverzameling, kist 2 in de presentatie van de informatie, kist 3 het opsporen van fouten in de redeneringen en kist 4 om fouten, zo veel mogelijk, te voorkomen. De zoekverbeelder (search visualizer) is een product van dat project en met dat simpele middel schijnt Rugg al tot aardige conclusies te zijn gekomen door teksten door te vlooien over, om maar wat te noemen, geslachtsafhankelijk taalgebruik bij Shakespeare.
Zijn gereedschapskisten toetste hij aan een intrigerende noot die al meer dan 100 jaar niet te kraken bleek: een boek dat in een onbekend letterschrift is geschreven en dat in handen kwam (?) van de Poolse revolutionair en antiquair Wilfrid Voynich en die in 1912 met het naar hem genoemde mysterieuze manuscript op de proppen kwam. Het zou een, naar datering van het perkament waarop het geschreven is, vijftiende-eeuws boek zijn. Talrijke ook beroemde codedeskundigen zoals de Amerikaans-Russische cryptograaf Wolf/William Friedman beten hun tanden stuk op het manuscript. Was het een taal, was het code of gewoon flauwe kul? Niemand heeft tot nu toe een antwoord op die vragen kunnen geven. Met zijn gereedschapskisten had Rugg al na een paar weken door, meldt hij trots, dat wat op een complexe constructie leek, simpelweg te doen was met een stuk papier, een pen en een pennenmesje (zie plaatje). De conclusie ligt dan voor de hand dat het boek tijdvretende kul is, misschien wel van de hand van Vojnitsj zelf. Wie zal het zeggen.

Met zoekverbeelder zijn simpel patronen te herkennen in het VoynichmanuscriptMet ‘search visualizer’ zijn simpel complexe patronen te herkennen in het Voynichmanuscript

Leuk, maar niet echt de oplossing van een wereldprobleem. Kan hij ook ‘aardser’ zaken te lijf met zijn gereedschapskisten? Hij heeft er een heel boek over geschreven, dus er moet meer zijn dan het Vojnitsmanuscript, maar hij noemt vast al als aankeilertje de herbeoordeling die Sue Gerrard schreef over de manier waarop deskundigen kijken naar autisme. Ik ben benieuwd hoe de rest van Ruggs gereedschapskisten er uit zal zien. Toch niet een tweede (?) Voynichmanuscript?

Bron: Alpha Galileo

Google eens anders

Ik geloof dat het in 2000 was, toen ik Google leerde kennen. Op een congres in de RAI. Geen reclame. Een verademing bij al die zoekmachines die er toen waren en vol reclame waren geplempt. Google is een tikje beperkt. Ik kwam nu achter de ‘zoekverbeelder’. Die laat je zien waar en hoe vaak de zoektermen in de gevonden documenten voorkomen. Als je op die puntjes klikt krijg je ook meteen de tekstpassage te lezen waarin de zoekterm staat.

Pool verschuift sneller door smelten ijs

Het noorden (en het zuiden) verschuift in de loop der decennia. De draaias van de aarde is niet stabiel. Dat is al tijden zo, maar nu lijkt het er op dat die afwijking de laatste jaren sneller gaat dan ooit. Elk jaar verschuift de Noordpool zo’n 27 cm naar het oosten. Dat schrijft een groep Amerikaanse en Chinese onderzoekers in het blad Geographical Research Letters. Basis voor hun bevindingen zijn de gegevens van de meetsatellieten van “>GRACE.
IJssmelt verandert richting draaias aarde (foto Le Monde)
Normaal, maar wat is normaal?, beweegt de pool elk jaar zo’n 6 cm in de richting van het Canadese schiereilandLabrador. Nu verschuift de Noordpool meer in de richting van Groenland. Dat komt allemaal door het steeds sneller wegsmelten van de noordelijke ijskap, waardoor de (water)massa anders over de aardbol verdeeld wordt. Het veranderen van de oriëntatie van de aarde ten opzichte van de zon heeft consequenties voor het klimaat op aarde.

Bron: Le Monde (foto Le Monde)

Zweetvoeten godengeur voor malariamuggen

Malariamug tippelt op zweetvoeten (foto Science)Muggen die zijn besmet met de malaria-parasiet schijnen extra aangetrokken te worden door de geur van zweetvoeten, zo heeft een Nederlandse onderzoeksgroep onder leiding van Renate Smallegange uitgeplozen. De, uiterst korte, publicatie is verschenen in het open wetenschapsblad PlosOne. Een nylonkous die Smallegange zelf 20 uur had gedragen, was de trekker. Het bleek dat besmette muggen, met de officiële naam Anopheles gambiae, drie keer vaker werden aangetrokken door de geur van zweetvoeten dan niet geïnfecteerde muggen. Geen van de muggen had belangstelling voor een frisgewassen nylonkous. Kennelijk beïnvloeden de malariaparasieten de geurvoorkeur van hun gastheer. Die geur bestaat uit een mengsel van allerlei vluchtige stoffen. Welke specifieke stof de appetijt van de geïnfecteerde muggen trok gaan de onderzoekers nu nader uitzoeken met behulp van kleine elektroden aan de reuksprieten van de mug. De hoop is dat met de resultaten van dit onderzoek malariabesmetting beter kan worden bestreden.

Bron: Science (foto Science)

‘Oud’ water gevonden

Bevat 'oud' water ook 'oud' leven?(foto Der Spiegel) In Canada is op een diepte van 2,4 kilometer een waterreservoir aangeboord, dat op ten minste 1,5 miljard jaar wordt geschat; althans, het daar gevonden water is tenminste zo’n lange tijd geïsoleerd geweest. Het omringende gesteente is zo’n 2,7 miljard jaar oud, dus het zou heel wel kunnen dat het gevonden water ‘ouder’ is. Als dat soort oude bronnen worden aangeboord, dan is er meteen hoop een glimp op te vangen van het evolutionaire verleden: wie weet huizen er in dat ‘oude’ water ook elders al lang uitgestorven levensvormen. Vooralsnog is daar nog geen kijk op. Wel is de chemische samenstelling vastgesteld, waarbij het opvalt daar er, relatief veel, waterstof en methaan en diverse isotopen van edelgassen als helium, neon en xenon in het water zijn aangetroffen. Overigens is in 2011 in Zuid-Afrika (Witwatersrand), hoogstwaarschijnlijk, zo’n 2 miljard jaar ‘oud’ water aangeboord. Ook toen was er de verwachting dat er niet, meer, bestaande levensvormen zouden worden gevonden, maar dat is niet gebeurd. Dat werd geweten aan de omstandigheden: die zouden niet geschikt zijn voor leven. De nieuw aangeboorde bron zou ‘levensvatbaarder’ zijn. Eerder in 2006 is ook in Zuid-Afrika ‘jonger’ water aangeboord. Dat bevatte micro-organismen, maar dat water was aanzienlijker ‘jonger’ dan de nu aangeboorde bron. Nog even afwachten, dus.

Bron: Der Spiegel-online (foto Der Spiegel)

Gaat het dan toch lukken met machinevertalen?

Google Translate slaat er al een aardige slag naar als er teksten vertaald moeten worden, maar het resultaat is vaak houterig en toch niet altijd even begrijpelijk. Microsoft werkt al een tijdje aan machinevertalen en het lijkt er op (mijn Chinees is niet meer wat het geweest is) dat een Chinees gehoor enthousiast is over het resultaat. Elke keer als het knauwende Amerikaanse wordt vertaald in het, naar ik aanneem, Mandarijn, stijgt er ten minste een klaterend applaus op. Nou zegt die meneer van Microsoft niet van die heel moeilijke dingen. Dat zal dus wel goed zitten met de vertaling, maar het probleem is of het ook gaat lukken als de tekst wat lastiger wordt. Microsoft zou niet met klanken (fonemen) werken, maar met combinaties van 3 fonemen (= 1 senon). In het Engels hebben we het dan over zo’n 9000 zogeheten senonen (zo noemt express.be die). Dat zou het vertaalresultaat aanzienlijk verbeteren (lees ook mijn artikel op sync.nl ).
Hoe dan ook, het lijkt weer een stapje op weg naar het verdwijnen van de tolken van internationale vergaderingen (zonder dat iedereen de voertaal hoeft te beheersen) en, hopelijk, van de onvermijdelijkheid van het steenkolenengels. Lekker Nederlands praten met een Pekinees. Ik zou er zó voor op reis gaan (waar ik overigens een vrij grote hekel aan heb).

Bron: express.be

Mars is giftig

Dat is nou toch ook lullig. Hebben zich net zo’n 80 000 mensen aangemeld voor een enkeltje Mars, blijkt die verdomde planeet giftig te zijn. Er waren veel silicaatdeeltjes op de planeet rond, die, in de longen, met water onaangename producten opleveren. Ook schijnt de planeet veel perchloraat in de aanbieding te hebben. Ook niet van die fijne stofjes. Recent heeft het Marskarretje Curiosity gips (calciumsulfaat) ontdekt. Dat is geen giftige stof, maar op den duur kan inademing leiden tot iets dat lijkt op stoflongen. Stoffige planeet
Maar wat is het probleem, zou je zeggen. Die Marsbewoners zullen toch niet onbeschermd op Mars rondlopen? De Marsatmosfeer is niet bepaald geschikt voor menselijke bewoning (geen zuurstof). Het punt waar de deskundigen bang voor zijn is dat de Marsstof aan de ruimtepakken blijft kleven. Uit de Apollovluchten naar de maan was gebleken dat maanstof bijna overal aan hecht en zie die troep er binnenshuis dan maar eens netjes af te krijgen zonder die in te ademen.
In het Apollo-programma zou $ 17 miljoen zijn gespendeerd aan het oplossen van het stofprobleem, maar het is onduidelijk of daar veel uitgekomen is. Dat heeft er mee te maken dat de proeven op aarde gedaan zijn. Desalniettemin blijft Mars de grote natte droom voor velen.

Bron: New Scientist

En weer een record met kwantumcomputers

Er wordt een hoop onzin verteld over de kwantumcomputer. Die is niet dé oplossing voor al onze rekenproblemen, maar even zo goed zijn er wel een paar dingen die dat ‘beestje’ beter kan dan de ouderwetse 0-1-machines die we nu gebruiken.
Het kwantumkind ontwikkelt zich met horten en stoten. Er is weer eens een record gebroken door een kwantumcomputer van het Amerikaanse bedrijf D-Wave Systems, dat al jaren stevig aan de kwantumweg timmert. Het zou zijn gebleken dat de kwantumcomputer van het bedrijf in één geval een optimalisering 3600 maal sneller voor elkaar had dan een ‘oude 1-0-stuntel’ van IBM. Catherine C. McGeoch van het Amherst College, die bij de ‘wedstrijd’ betrokken was, stelde echter dat het niet gaat om kwantum of geen kwantum, maar hoe goed het werkt. “Dit is niet het definitieve oordeel over kwantumrekenen”, zei ze tegen de New York Times.
Kwantumcomputer soms (veel) sneller
Optimalisering lijkt een van de terreinen te zijn waarop kwantumcomputers beter zijn dan de digitale. McGoech heeft drie optimaliseringsproblemen aan de twee rivaliserende computers voorgelegd. In twee daarvan was de kwantumcomputer iets sneller, in de derde, dus, aanmerkelijk rapper.
Het Amerikaanse bedrijf D-Wave heeft de afgelopen jaren nogal eens kritiek gehad. Zo zouden hun eerste protocomputers geen echte kwantumcomputer zijn geweest. Het bedrijf liet zich niet graag in zijn kaart (=het binnenste van de computer) kijken. Tegenwoordig zou volgens de New York Times veel minder reden voor skepsis zijn. Het bedrijf schijnt zelfs een werkende kwantumcomputer aan Lockeed Martin te hebben verkocht.
McGeoch test al jaren de prestaties van computers. Ze denkt dat de kwantumcomputers nog beter kunnen worden. Dan zou best kunnen, maar dan toch zeker op een enkel terrein. Hét grote probleem van de kwantumcomputer is zijn gebrekkige stabiliteit. In theorie kan dat ding van alles, maar bouw maar eens een betrouwbaar, stabiel systeem. Dat is de grote uitdaging zegt ook iemand in een reactie op het webartikel van de New York Times.

Bron: New York Times

Plastisch chirurgen adverteren via sociale media

Er mag geen vlekje aan zitten Patricia Paay doet er niet moeilijk over dat ze diverse malen is verbouwd om er ‘jong en fruitig’ te blijven uitzien. Botox heeft ze nooit gebruikt, verklaarde ze onlangs trots op het radioprogramma Kunststof (is ook daar de bodem weg?).
Ik zal vast tegen een hoop schenen schoppen, maar plastische chirurgen doen voor het overgrote deel nutteloos werk. Borsten vergroten/verkleinen, neuzen rechtzetten of bijpunten, overtollige vetlagen wegslurpen, je zegt het maar. Er mag geen vlekje aan zitten. Het zal dan ook niet verbazen dat deze categorie snijders de sociale media zien als een prachtig platform om hun, grotendeels, onnutte werkzaamheden te etaleren. Sociale media, ik trap nu weer anderen (?) tegen de schenen, bestaan voor het overgrote deel uit gebakken lucht en egodriften.
Dat past mooi bij elkaar, maar wie heeft de moeite genomen om dat uit te zoeken? Dat heeft, nota bene, een fatsoenlijk instituut van de UCLA (de universiteit van Californië in Los Angeles) gedaan. Ja, ja, wetenschap heeft ook zo zijn triviale kantjes onder het mom (niet eens zo slecht) dat we moeten weten hoe de wereld in elkaar steekt.
Uit die studie blijkt dat meer dan de helft van de plastisch chirurgen gebruik maakt van sociale media om zichzelf te etaleren.
De studie is gehouden onder leden van de Amerikaanse vereniging van plastische chirurgie (ASPS). En om nog even flauw te blijven: ASPS is ook de afko voor antisociale persoonlijkheidsstoornis. 500 van de 5000 ASPS-leden vulden het vragenformulier in.
“Sociale media zijn bij uitstek geschikt om voorlichting te geven en direct te communiceren met patiënten en collega’s”, laat onderzoeker Reza Jarrahy weten. Hij is ASPS-lid en en als vice-hoofd communicatie verbonden aan de Amerikaanse vereniging van maxillofaciale chirurgie. Plastisch chirurgen zijn volgens Yarrahy de pioniers op dit terrein en effenen het pad voor het gebruik van sociale media voor andere artsen én patiënten, stelt hij trots.

Bron: Eurekalert (foto ASPS-stek)