Hersenstromen verraden woorden

Hersenstromen en woorden

Met behulp van elektrocorticografie werd de activiteit in de hersenschors geregistreerd (blauw/geel) en gebruikt om de gesproken woorden te herkennen (afb: CSL/KIT)

Spraak is een vaardigheid die zijn zenuwcentrum heeft in de grote hersenen of eigenlijk de hersenschors. Spraakprocessen verraden zich door hersenstromen, die, door meting met elektroden, vallen te registreren. Het schijnt het Karlsruher instituut voor technologie (KIT) en van het Wadsworth-centrum (VS) gelukt te zijn  daar geluiden, woorden en zelfs hele zinnen uit te destilleren met behulp van een computer. Lees verder

Hoe de hersens geluiden als spraak herkennen

SpraakWe horen vele geluiden, maar de meeste zullen we niet verwarren met spraak. Misschien hebben we bij sommige dieren wel de neiging (“Die kat praat met mij”), maar vaak gaat het dan om een gek of een wijze van spreken. Als je er even over nadenkt is het toch uiterst vreemd dat we een reeks geluiden als spraak herkennen, die voor ons mensen van welhaast fundamentele betekenis is. Stel je de mens eens voor zonder spraak. Hoe werkt zoiets? Het lijkt er op dat Nima Mesgarani van de universiteit van Californië enig nieuw licht op de zaak heeft kunnen werpen. In een bepaald hersendeel, de bovenste temporale gyrus, hebben hersencellen zich gespecialiseerd in de waarneming en decodering van het samenstel van geluiden en klanken die we spraak noemen. Of eigenlijk zijn het alleen nog maar ‘letters’.
Lees verder

Een plekje in de voorhoofdskwab maakt ons mens(elijk)

12 kennisgebiedjes in hersens

De 12 onderscheiden gebiedjes in de ventrolaterale prefrontale cortex

Wat maakt ons mens? Waardoor onder-scheiden we ons van de rest van de dierenwereld? Goeie vragen. Onderzoekers van de universiteit schijnen een antwoord gevonden te hebben: een gebiedje in de, houd je vast, ventrolaterale prefrontale cortex, een deel van de voorhoofdskwab dat geassocieerd wordt met plannen en beslissen. Dat ene deeltje ontbreekt bij onze naaste verwanten, de makaken. Lees verder

Pratend programmeren

Het was een kwestie van tijd. Computers kunnen praten en begrijpen gesproken opdrachten, dus moet het mogelijk zijn dat ze programma’s maken op basis van gesproken taal. Onderzoekers rond Regina Barzilay van het MIT in Boston hebben een programma gemaakt, waarmee je pratend de computer kunt laten programmeren. Dat betekent dat iemand die weinig kaas heeft gegeten van het maken van coderegels voor computerprogramma’s nu zelf kan ‘programmeren’. Dat betekent niet dat programmeurs niet verder overbodig zijn. Op de eerste plaats is het programma nog (?) lang niet foutloos (het programma scoorde 70% goed bij 106 testopgaven in gesproken tekst. Bovendien snapt een computer lang niet altijd wat de tekst betekent en het is de vraag of dat ooit zal gebeuren.
Voor programmeurs kan zo’n programma ook handig zijn , want dan kunnen zij zich concentreren op de stukken die creativiteit vereisen. Je kunt veel van de computer zeggen, maar creatief is dat ding niet: het blaft zoals zijn baasje hem heeft leren blaffen.

Bron: New Scientist

Neanderthalers konden praten

Konden Neanderthalers meer dan grommen?Konden Neanderthalers meer dan grommen?

Dat beweren althans twee onderzoekers van het Max Planck-instituut voor Psycholinguistiek in Nijmegen. Niet allleen Neanderthalers konden praten, maar ook onze gemeenschappelijke voorouders (waarschijnlijk de Homo heidelbergenis). Dat zou dan betekenen dat er niet, zoals nu wordt aangenomen, er op aarde zo’n 50 tot 100 000 jaar gesproken wordt, maar zo’n 500 000 tot een miljoen jaar.
Door recente ontdekkingen, door herbeoordeling van oudere gegevens, maar vooral door de beschikbaarheid van oud DNA, is het besef gegroeid dat de Homo sapiens veel meer gemeen had met zijn, wat altijd beschouwd werd als, debiele broertje de Neanderthaler, die zich, naar onze overtuiging, slechts grommend verstaanbaar had kunnen maken. De onderzoekers, Dan Dediu and Stephen C. Levinson, hebben al die informatie doorgevlooid en zijn tot de conclusie gekomen dat taal en spraak al bestond voor het ontstaan van de moderne mens. Taal en spraak moeten zijn ontstaan na het ‘opduiken’ van de eerste mensachtige, zo’n 1,8 miljoen jaar geleden en het ontstaan van de Homo heidelbergenis, denken de twee linguïsten. Deze veronderstelling is strijdig met de tot nu toe aangehangen theorie dat taal en spraak plotseling zijn ontstaan door een enkele of een paar kleine mutaties in het erfgoed. Taal en spraak zouden zich, als de theorie van de twee waar is, langzaam (evolutionair) hebben ontwikkeld. Omdat de moderne mens DNA heeft ‘overgenomen’ van de Neanderthalers en Denisovanen (een andere uitgestorven mensensoort) – hetgeen betekent dat de soorten zich gemengd hebben- zouden we wel eens sporen van hun talen kunnen hebben overgehouden. Dat zou kunnen betekenen dat tenminste een deel van de taaldiversiteit is terug te voeren op de ontmoetingen tussen de diverse mensensoorten. Dat zou kunnen worden geverifieerd door Afrikaanse en niet-Afrikaanse talen met elkaar te vergelijken. De moderne mens komt immers uit Afrika en de Neanderthalers uit Eurazië.

Bron: Science Daily