Van Vladimir Lazarev (technische universiteit Minsk, Wit-Rusland) en Sergeï Nazarovets (Nationale universiteit Kiev, Oekraïne)
“We vinden het onvergeeflijk dat beoordelaars citaties uit niet-Engelse wetenschappelijke artikelen afwijzen. Tijdschriften in andere talen vormen een waardevolle bron voor veel plaatselijke, belangrijke toegepaste wetenschap (zie, bijvoorbeeld M. Neff Nature 554, 169; 2018). In de meeste landen zijn deze werken toegankelijk via automatische vertalingsdiensten.
We ondervonden die discriminatie na een artikel te hebben ingediend bij een Engelstalig tijdschrift. Het ging om een bibliometrische evaluering van onderzoeksactiviteiten in Wit-Rusland en Oekraïne en sommige aanhalingen waren onvermijdelijk in het Russisch. Een van de beoordelaars klaagde dat het zo niet mogelijk is te achterhalen of die citaten de uitspraken van de auteurs onderschrijven. Een ander vroeg meer informatie over het werk van een internationaal erkende bibliometrica, Irina Marsjakova-Sjaikevitsj, “omdat ze in het Russisch schrijft.”
We vrezen dat het vervangen van niet-Engelse citaten door vertalingen het risico in zich draagt dat verdiensten voor het ontwikkelen van ideeën niet goed worden weergegeven en denken dat dat in strijd is met de regels voor citaten. Artikelen horen beoordeeld te worden op hun academische verdiensten niet op basis van oppervlakkige communicatie-eisen.”
Bron: Nature


Wetenschap is sterk afhankelijk van dialoog, van communicatie. Wetenschappelijke tijdschriften vervullen daar een belangrijke rol in, maar het probleem is dat de uitgevers van die bladen vaak gewoon winst willen maken. Die rekenen forse tarieven voor hun diensten. ‘Open’ bladen als PLOS zouden een oplossing kunnen zijn, maar ook daar is geld een belangrijke factor. Dat kunnen we zelf toch ook wel, dachten enkele onderzoekers van de 




In Parijs is, zoals bekend, eind 2015 een klimaatakkoord gesloten met als ‘ambitieuze’ doelstelling de aardopwarming onder de 1,5°C te houden. Gaat niet lukken, zeiden diverse vertegenwoordigers van, vooral, milieuorganisaties en politici en onderzoek bevestigde dat idee. Nu schijnt weer een andere groep onderzoekers te hebben becijferd dat