Mensen met kanker dementeren minder (e.o.)

Oudere mensen die de ziekte van Alzheimer hebben, hebben minder kans op kanker en omgekeerd. Een geluk bij een ongeluk, zou je zeggen. De Italiaanse onderzoeker Massimo Musicco kwam tot die conclusie op basis van een onderzoek van de medische dossiers van ruim 200 000 mensen van 60-plussers in Noord-Italië. Zo’n 20 000 kregen in de loop van het onderzoek (6 jaar) kanker, ruim 2800 Alzheimer. Slechts 161 mensen hadden beide ziektes, terwijl dat statistisch veel meer zouden moeten zijn. Volgens Mussico is dit het uitgebreidste onderzoek dat is gedaan naar de relatie tussen kanker en Alzheimer. “Omdat het aantal mensen dat een van beide ziektes krijgt exponentieel groeit naarmate mensen, gemiddeld, ouder worden, zou een beter begrip van het verband kunnen leiden tot de ontwikkeling van nieuwe behandelingsmethoden.” De onderzoekers vonden dezelfde resultaten bij nog levende en reeds overleden patiënten.

Bron: Eurekalert

Mexico passeert VS als dikste

vetkwab
Volgens de voedsel- en landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO), is Mexico de VS gepasseerd als land met de meeste zwaarlijvige mensen. Volgens de FAO is 32,8% van de Mexicaanse bevolking ernstig overwichtig, tegen 31,8% in de VS. Als alle overgewicht wordt meegerekend dan is 70% van de Mexicanen te dik. Als gevolg van dat overgewicht heeft 1 op de 6 Mexicanen suikerziekte (type 2). Daaraan sterven jaarlijks 70 000 Mexicanen. De FAO schrijft het overgewicht van de Mexicanen toe aan de geïndustrialiseerde landbouw, het grote aantal snelvoerketens als McDonalds en de goedkope slechte maaltijden. Opmerkelijk is dat de helft van de Mexicaanse bevolking tot de armen wordt gerekend, meestal een ‘argument’ voor slankheid.

Bron: De Volkskrant

Rijstkaf kan leven lithiumbatterijen verlengen

Lithiumbatterijen zijn populair vanwege hun lage gewicht en  grote energiedichtheid, maar er valt nog wel wat aan te verbeteren. De elektroden van de batterijen bestaan uit grafiet (een vorm van koolstof), maar door de steeds herhaalde cycli van laden en ontladen vallen die elektroden op den duur uit elkaar, omdat die laadcycli gepaard gaan met het zwellen en krimpen van de elektroden als gevolg van de ‘mobiliteit’ van het lithium-ion.
Silicium zou een goede vervanger zijn van grafiet, omdat een batterij met siliciumelektroden 10 keer meer lading kan bevatten dan met grafiet. Het probleem is alleen dat silicium nog sneller uit elkaar valt door krimpen en uitzetten dan grafiet.
Er lijkt een uitweg te zijn: rijstkaf (de velletjes rond de rijstkorrel). Dat kaf is rijk aan siliciumoxide (silica). Volgens  Jang Wook Choi van het Koreaans Instituut voor wetenschap en technologie  in Daejeon zouden gaatjes in het kafje, bedoeld om lucht door te laten, er voor kunnen zorgen dat het daaruit gewonnen silicium poreus wordt. In die poriën is dan plaats voor de lithium-ionen/-atomen, zodat de elektrode door laden en ontladen niet steeds opzwelt en inkrimpt.
Om te kijken of dat idee ook werkt heeft Choi silica uit kaf (silica is siliciumdioxide oftewel zand) omgezet in puur silicium en daarvan elektroden voor batterijen gemaakt. Na 200 laad-/ontlaad-cycli bleek de batterij niet achteruit te zijn gegaan. Normaal gaat het bij een batterij met op de klassieke wijze geproduceerd silicium na 10 tot 15 cycli al bergafwaarts. Of de poreuze kafelektroden ook daadwerkelijk zullen worden toegepast is afhankelijk van de uiteindelijke kosten in vergelijking met die van grafiet-lithiumbatterijen. Het is al  bewezen dat siliciumelektroden met kunstmatige nanostructuur werken. Dan kunnen we maar beter de ‘natuurlijke’ route nemen, denkt Choi.

Bron: New Scientist

Neanderthalers konden praten

Konden Neanderthalers meer dan grommen?Konden Neanderthalers meer dan grommen?

Dat beweren althans twee onderzoekers van het Max Planck-instituut voor Psycholinguistiek in Nijmegen. Niet allleen Neanderthalers konden praten, maar ook onze gemeenschappelijke voorouders (waarschijnlijk de Homo heidelbergenis). Dat zou dan betekenen dat er niet, zoals nu wordt aangenomen, er op aarde zo’n 50 tot 100 000 jaar gesproken wordt, maar zo’n 500 000 tot een miljoen jaar.
Door recente ontdekkingen, door herbeoordeling van oudere gegevens, maar vooral door de beschikbaarheid van oud DNA, is het besef gegroeid dat de Homo sapiens veel meer gemeen had met zijn, wat altijd beschouwd werd als, debiele broertje de Neanderthaler, die zich, naar onze overtuiging, slechts grommend verstaanbaar had kunnen maken. De onderzoekers, Dan Dediu and Stephen C. Levinson, hebben al die informatie doorgevlooid en zijn tot de conclusie gekomen dat taal en spraak al bestond voor het ontstaan van de moderne mens. Taal en spraak moeten zijn ontstaan na het ‘opduiken’ van de eerste mensachtige, zo’n 1,8 miljoen jaar geleden en het ontstaan van de Homo heidelbergenis, denken de twee linguïsten. Deze veronderstelling is strijdig met de tot nu toe aangehangen theorie dat taal en spraak plotseling zijn ontstaan door een enkele of een paar kleine mutaties in het erfgoed. Taal en spraak zouden zich, als de theorie van de twee waar is, langzaam (evolutionair) hebben ontwikkeld. Omdat de moderne mens DNA heeft ‘overgenomen’ van de Neanderthalers en Denisovanen (een andere uitgestorven mensensoort) – hetgeen betekent dat de soorten zich gemengd hebben- zouden we wel eens sporen van hun talen kunnen hebben overgehouden. Dat zou kunnen betekenen dat tenminste een deel van de taaldiversiteit is terug te voeren op de ontmoetingen tussen de diverse mensensoorten. Dat zou kunnen worden geverifieerd door Afrikaanse en niet-Afrikaanse talen met elkaar te vergelijken. De moderne mens komt immers uit Afrika en de Neanderthalers uit Eurazië.

Bron: Science Daily

Broeikasgas mogelijk funeste gevolgen voor basis voedselketen

130702141506Meer kooldioxide in de atmosfeer zou fnuikend kunnen zijn voor het voortbestaan van een bacterie die, zou je kunnen zeggen, aan de basis staat van onze voedselketen, althans die in de oceaan. Dat zou uit onderzoek van David Hutchins, hoogleraar mariene biologie aan de universiteit van Zuid-Californië (USC), zijn gebleken, dat gepubliceerd is in het blad Nature Geoscience. Het gaat om een zogeheten cyanobacterie (nauwkeuriger: de twee soorten Trichodesmium en Crocosphaera) die zijn energie haalt uit het via fotosynthese chemisch vastleggen van stikstof. Aangezien alle leven stikstof nodig heeft en de meeste levensvormen zelf geen stikstof kunnen vastleggen, zijn de meeste levensvormen afhankelijke van die stikstofvastleggers. Het leven in de de oceaan is afhankelijk van dit minuscule organisme dat tot de blauwalgen wordt gerekend. Zonder blauwalgen zou er geen leven in de oceanen mogelijk zijn.
Hutchins: “CO2 kan de biodiversiteit van deze belangrijke organismen in de oceaanbiologie sturen. De verbrandingsproducten van fossiele brandstoffen die wij gebruiken zijn waarschijnlijk verantwoordelijk voor de verandering van het type stikstofvastleggers dat op de oceaanbodem groeit.” Die verandering zou dan allerlei konsekwenties kunnen hebben voor de voedselketen in de oceanen en dus ook voor wat de mens uit de oceaan oogst.
Eerdere studies zouden hebben aangetoond dat de bestudeerde twee typen cyanobacteriën (Trichodesmium en Crocosphaera) juist zouden profiteren van een toenemende hoeveelheid atmosferische kooldioxide, maar die studies zouden maar een paar bacterie’lijnen’ hebben bekeken. Uit de uitgebreidere studie van Hutchins en zijn medewerkers, geholpen door de uitgebreide ‘bibliotheek’ van bacteriecultures bij de USC, blijkt dat sommige bacteriestammen inderdaad profiteren van het toegenomen kooldioxidegehalte in de atmosfeer, maar dat andere die toename slecht bekomt. “Het is niet zo dat klimaatverandering alle stikstofvastleggers om zeep helpt. (…) Toename van atmosferische kooldioxide verandert welke stikstofvastleggers het loodje zullen leggen en we zijn er niet zeker van wat voor een invloed dat heeft op de oceaan van morgen”, stelt Hutchins.

Bron: Science Daily

Vrouwen hebben geen verstand van politiek

Het is nu voor eens en voor al vastgesteld: vrouwen hebben geen verstand van politiek, althans minder dan mannen. Of eigenlijk is de uitkomst van een onderzoek van de Britse economische en sociale onderzoeksraad (ESRC) dat vrouwen er minder van weten. Dan zou het niet uitmaken hoe progressief of hoe democratisch het land ook is waar die vrouwen leven.
Vrouwen weten minder van politiek dan mannenZo is de kloof in politieke kennis tussen mannen en vrouwen in het egalitaire Noorwegen groter dan in het veel minder egalitaire Zuid-Korea. Het lijkt er zelfs op dat het gat in ‘gearriveerde’ democratieën als Amerika of Groot-Brittannië groter is dan in een zich ontwikkelende democratie als Colombia. Onderzoeker James Curran, directeur van het Goldsmiths Leverhulme-media-onderzoekscentrum van de universiteit van Londen, vindt de uitkomst van het onderzoek verbazingwekkend, maar je kunt er niet omheen:  in alle tien onderzochte landen  (Australia, Canada, Colombia, Griekenland, Italië, Japan, Korea, Noorwegen, Groot-Brittannië en de VS) blijken vrouwen minder van politiek te weten dan mannen.
De proefpersonen in de diverse landen werden getest op hun kennis van de binnen- en buitenlandse politiek. Om er achter te komen hoe die kloof zou kunnen zijn ontstaan bekeken de onderzoekers het nieuwsaanbod. Daaruit bleek dat het politieke nieuws heftig leunt op mannelijke bronnen, zelfs in landen met een grote vrouwelijke vertegenwoordiging onder de werkende bevolking zoals Australië en Groot-Brittannië. Zo zou maar 30% van de geïnterviewden in tv-programma’s vrouw zijn. Vrouwen zijn er meer voor de zachte onderwerpen als gezin, leefstijl of cultuur. Dat zou vrouwen ervan kunnen weerhouden zich met politiek te bemoeien, denkt Currans mede-onderzoeker Kaori Hayashi.
Het bleek de onderzoekers dat hoe meer een bevolking naar tv-nieuws keek, vooral op de publieke omroep, hoe beter de mensen over politiek geïnformeerd waren. Kranten doen er kennelijk niet toe. Nieuws is trouwens toch vooral een mannenzaak. In Canada, Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk denken mannen dat ze dat veel meer tot zich nemen dan vrouwen. In die landen is de kenniskloof ook het grootst.
Blootstelling aan nieuws zou die kenniskloof hebben doen ontstaan, maar dat zegt natuurlijk helemaal niks over waarom vrouwen minder belangstelling hebben voor (politiek) nieuws. Vrouwen zouden minder tijd hebben en nog last hebben van oude normen en verwachtingen, zo slaan de onderzoekers er een slag naar. “Hoe dan ook, ons onderzoek toont aan dat over de hele wereld in de 21ste eeuw degenen met de meeste kennis over politiek oudere mannen in de ontwikkelde landen zijn.”

Bron: Eurekalert

Sporten is behoorlijk link

Sporten is behoorlijk link. Je kunt er niet alleen nare blessures aan overhouden, maar je kan er ook behoorlijk ziek van worden. Studenten van de universiteit van Californië (Irvine) hebben uitgezocht dat je met het doorgeven van een bal, zoals bij basketbal of volliebal, je ook de bacillen van anderen in ontvangst kan nemen. Voor het goede begrip, dus: dit was een studentenonderzoek, dat overigens werd gepresenteerd op een Amerikaanse congres over sportgeneeskunde.
Als middelpunt van hun onderzoek namen de studenten de bacterie Staphylococcus aureus. De immune variant MRSA is een lastpak, omdat die resistent geworden is voor antibiotica (door overvloedig misbruik van antibiotica). Tijdens de studie werd steeds een deel van de smetoppervlakken (vloer, bal, handen) ontsmet met behulp van uv-licht. Na de sport konden de beestjes op de vooraf ontsmette oppervlakken worden aangetroffen. Ze overleefden zelfs 72 uur in het materiaalhok.
Eng hoor, al die beestjes. En je ziet ze nog niet eens ook. Het zouden geen Amerikanen zijn als ze door de uitkomst van het onderzoek niet behoorlijk van de kook raakten. “Het is goed dat men zich er van bewust is dat sportballen een belangrijke rol kunnen spelen bij het doorgeven van in potentie levensbedreigende bacteriën.”, zei de studentbegeleider (ene Joshua A. Cotter). Volgens deze man lijkt het duidelijk dat ook andere gevaarlijke bacteriën zich op deze wijze kunnen verspreiden.
Geen sport meer waarbij de bal met de hand aangeraakt wordt, dunkt me. We kunnen voor we gaan vollieballen natuurlijk ook alles eerst steriliseren. Of we kunnen iedereen volpompen met antibiotica. Kies maar.

Bron: Science Daily

Agent (=mens) is informatie rap kwijt

Agenten zijn al snel een groot deel van de gepresenteerde informatie en opdrachten vergeten die ze bij een briefing hebben gekregen. Dit blijkt uit een onderzoek van het Crisislab van de Radboud-universiteit.
De briefing is voor veel agenten het begin van hun dienst. Ze horen daar wat ze moeten doen en waar ze op moeten letten. In het rapport – gemaakt in opdracht van het programma Politie & Wetenschap – legt een agent uit wat er mis kan gaan als de informatie niet blijft hangen. Bij een aanhouding verzuimde hij een gevaarlijke inbraakverdachte direct in de boeien te slaan. De agent was de informatie diezelfde ochtend bij de briefing ( ‘zeer agressief en vuurwapengevaarlijk’)  straal vergeten.
De onderzoekers hielden geheugentests vlak na politiebriefings in de regio’s Brabant Zuid-Oost, Gelderland-Zuid en Drente. Ze concluderen dat de informatieoverdracht ‘zeer onbetrouwbaar’ is en doen aanbevelingen, zoals het gebruik van minder dia’s bij de presentaties. Ook aantekenboekjes kunnen helpen. Agenten die notities maakten – een minderheid – scoorden het best op de geheugentest.
Toch wil de politie niet af van de briefings. Alleen al het maken van aantekeningen helpt. Ook zijn er dit jaar informatiecentra ingericht, waarbij de agent mobiel alle relevante gegevens kan opvragen.

Bron: De Volkskrant

Is het hoofd- of lichaamstransplantatie?

Al in de jaren '70 werd bij Rhesusaapjes een hoofd getransplanteerd (beeld uit YouTube-filmpje)
Het zal niet meer zo lang duren eer de eerste hoofd(of lichaams-)transplantatie een feit zal zijn. Dat beweert althans de Italiaanse neuroloog Sergio Canavero in het blad Surgical Neurology International. Het zou dan gaan om mensen met een ziek lichaam (bijvoorbeeld aangetast door kanker) maar een gezond hoofd. De romp van de ‘donor’ (wie doneeert er aan wie?) moet, uiteraard, gezond zijn.
Bij de operatie luistert alles zeer nauw. Het hoofd en de romp moeten met een uiterst scherp mes van elkaar gescheiden worden, schrijft de Britse krant The Independent beeldend. Het hoofd zal dan met een polymere lijm (een mengsel van polyetheenglycol en chitosan) aan de nieuwe romp moeten worden vastgemaakt; eerst wordt het ruggenmerg weer verbonden en vervolgens de andere ‘banen’ (spieren, bloedvaten, zenuwbanen e.d.). Het verbinden van hoofd en romp zou ook kunnen gebeuren met behulp van elektrofusie, een techniek die lijkt op die die werd toegepast bij het tot leven brengen van het monster van Frankenstein in het boek van Mary Shelley, stelt de Britse krant fijntjes. Zo’n transplantatie is niet goedkoop. Die zou zo’n € 10 miljoen  kosten.
Al vele jaren geleden zijn er bij dieren hoofdtransplantaties uitgevoerd. In de jaren ’70 werd bij Rhesus-aapjes zo’n transplantatie uitgevoerd. De aapjes bleven in leven, maar doordat de zenuwbanen niet konden worden verbonden was het alsof die een dwarslaesie hadden: ze waren vanaf de schouders naar beneden geheel verlamd. Met de lijmmethode (GEMINI genaamd) zou dat obstakel de wereld uit zijn, maar perfect is die niet. Voor Canavera is dat geen probleem: “Als maar 10% verbonden is dan is dat voldoende om de beheersing te hebben over het bewegingsapparaat in de mens.” Voor hij de operatie bij mensen gaat uitvoeren, zal hij eerst oefenen met apen en lijken, zo meldt Futura-Sciences. Of het ook daadwerkelijk zo ver komt is nog maar de vraag, stelt dat webblad. Er zitten natuurlijk nogal wat ethische haken en ogen aan deze transplantatie. Zo kan de receptor (of is het toch de donor?) na ontvangst van een nieuw lichaam in principe wel kinderen krijgen, maar die hebben het erfgoed van de rompdonor (hoofdreceptor?). En dan spelen er natuurlijk ook nog andere hachelijke zaken zoals die bij andere transplantaties spelen, nog eens extra pregnant, want de een zijn/haar dood is leven voor een ander. En waarom, vraagt Futura-Sciences zich af, wordt zoiets niet in een belangwekkend blad als Nature of Science geplaatst?

Bron: Futura-Sciences (foto uit YouTube-filmpje)

Harlan maakt van grafische processor supercomputer

Een grafische processor doet/kan veel meer dan verwerken van beelden. Foto: Flickr/Wimox

Grafische processors zijn kleine chips die voor veel meer zaken gebruikt kunnen worden dan voor beeldverwerking. Zo gebruikt Google ze voor het modelleren van het menselijk brein en gebruikt het internetbedrijf SalesForce ze voor het analyseren van de gegevensstromen op Twitter. Grafische processors zijn goed in parallelle verwerking, het tegelijkertijd afhandelen van duizenden taken.
Het punt is dat je daarvoor aparte programmatuur moet ontwikkelen om daar maximaal gebruik van te kunnen maken. Eric Holk, een promovendus aan de universiteit van Indiana, heeft een programmeertaal ontwikkeld, Harlan, die speciaal ontworpen is voor grafische processors. Holk: “Het programmeren voor zulke processors bevat nog steeds veel basaal werk, die je afhoudt van het eigenlijke doel. Wij wilden een systeem dat dat voor de programmeur doet, terwijl die zich op het echte werk kan richten.”
De centrale processor in een computer werkt snel, maar in het algemeen niet parallel (het kan wel, maar ze zijn er niet voor ontworpen). Als je een grafische parallele processor op de juiste manier ‘aanspreekt’, kan die, per saldo, sneller werken dat die veel snellere seriële processor. Dan gaan we denken aan een supercomputer.
De grafische processor heeft zich ontwikkeld van een component dat puur bedoeld was voor de beeldverwerking tot een parallel systeem met verschillende programmeerbare kernen waar je van alles en nog wat mee kan. Het is heel goed mogelijk dat beide, de centrale en de grafische, processors op den duur zullen versmelten, maar ondertussen kun je veel meer uit de beeldverwerkers halen dan beeldverwerking. Amazon biedt GPU-verwerking aan als internetdienst. “Grafische processoren hebben ook meer geheugen, zodat ze relatief simpele berekeningen kunnen maken voor een groot aantal gegevens”, stelt Holk.
Er bestaan al programmeertalen voor grafische processoren, zoals CUDA en OpenCL, maar Harlan zou meer bieden. Holk wilde ook iets ontwikkelen dat van de grond af aan gericht is op de grafische processor. “Meestal wordt het programmeren van de grafische processor ingebed in een andere programmeeromgeving, waarvan je de ook de nukken moet kennen,” verklaart de onderzoeker. “Met Harlan kun je de juiste beslissingen nemen bedoeld voor de grafische processor.”
Harlan is gebaseerd op Lisp ooit in ’58 ontwikkeld door John McCarty voor kunstmatige intelligentie. Of eigenlijk is het daar weer een ‘dialect’ van waar in Indiana veel mee gewerkt wordt: Scheme. Op Lisp zou elke goede programmeertaal gebaseerd moeten zijn, stelde Yukihiro “Matz” Matsumoto, ontwerper van de taal Ruby.
Er zijn ook andere wegen naar Rome, zoals Mozilla’s programmeertaal Rust, maar Holk is er van overtuigd dat zijn taal de mogelijkheden van grafisch processors ten volle gaat benutten.

Bron: Wired