Je eet wat je ziet

Vorm, kleur en gewicht bestek beïnvloeden onze smaakbelevingEen lekker maal is een lekker maal. Of toch niet helemaal? Mensen zijn gemakkelijk te beïnvloeden. Als iedereen een voorwerp rood noemt, terwijl jij pertinent een blauw ding ziet, dan ga je tenslotte ook overstag. Het is nog erger: zelfs het gereedschap waarmee je werkt heeft effect op je zintuigelijke waarneming: of een maal lekker is hangt af van het bestek. Maak me niet gek. Dat kan toch niet waar zijn?
Het oog wil ook wat, dat is bekend. Dus sloven koks zich uit hun gerechten zo mooi mogelijk te presenteren, maar het bestek? Toch is dat zo, hebben Britse onderzoekers van de universiteit van Oxford uitgeplust. Een stuk kaas dat op een mes wordt gepresenteerd smaakt zouter dan als dat anders wordt aangeboden. Zelfs het gewicht van het bestek is van invloed op onze smaakbeleving. Is een plastic mes zwaarder dan we verwacht hadden, dan smaakt het eten minder goed dan wanneer we het gewicht juist of te laag inschatten.
Het is al langer bekend dat kleur en materiaal van vaatwerk de smaak(beleving) beïnvloeden. Hapjes op een rode schaal zijn minder in trek en die van een blauwe schaal worden zouter bevonden. Nu blijken dus ook het uiterlijk van het bestek, de vorm en het (gedachte) gewicht ervan een rol te spelen bij hoe we iets proeven. Grootte en (gedacht) gewicht spelen een rol maar ook de kleur. Witte yoghurt op een witte lepel werd als zoeter ervaren, op een zwarte lepel als minder zoet. Ook de vorm van het bestek had, zoals aangegeven, invloed. Dat kaas van een mes gegeten zouter smaakt zou met een ’taboe’ te maken hebben: je eet niet van een mes.
Kennelijk hebben onze hersenen al een oordeel gevormd over de smaak van ons eten, voordat dat onze tong beroert en reukorganen prikkelt. De onderzoekers denken dat deze bevindingen gebruikt kunnen worden bij diëten: minder zout gebruiken maar wel met een mes eten, bijvoorbeeld. Je gaat je onwillekeurig afvragen of al die uitverkoren Michelin-chefs al die trucs al niet al veel langer intuïtief hebben begrepen…

Bron: wissenschaft.de

Moedermelk goed voor carrière

Borstvoeding beter voor je carrière?
Kinderen die borstvoeding hebben gehad hebben later een grotere kans om hoger op de maatschappelijke ladder terecht te komen dan mensen die hun leven beginnen met flessenmelk, zo zou uit een onderzoek van Amanda Sacker van het Universiteitscollege in Londen zijn gebleken. Het was al uit andere studies gebleken dat borstvoeding de zuigeling heel wat meer biedt dan babymelk: hij/zij krijgt waardevollere voedingsstoffen, zijn/haar afweersysteem wordt versterkt en de hersenontwikkeling is voorspoediger. Door de betere hersenontwikkeling op jonge leeftijd zouden ‘borstkinderen’ gemiddeld ook intelligenter zijn dan ‘flessenkinderen. Ook lijkt het er op dat zij later als volwassenen stressbestendiger zijn dan volwassen geworden ‘flessenkinderen’. Of dat aan de voeding ligt of aan het, mogelijk, betere contact tussen zuigeling en moeder, is nog niet duidelijk.
“Al veel studies laten zien dat er een positieve wisselwerking is tussen borstvoeding en geestelijke vermogens”, stelt Sacker in wissenschaft.de. Daarnaast zijn er aanwijzingen dat borstvoeding gunstig is voor de persoonlijkheidsontwikkeling, zelfbeheersing en het immuunsysteem. “Wij vroegen ons af of borstvoeding ook effect heeft op de maatschappelijke mobiliteit.” Dat lijkt er dus op.
Sacker en haar collega’s hebben voor hun studie gebruik gemaakt van de gegevens van ruim 34 000 proefpersonen: ruim 17 000 geboren in 1958 en bijna 17 000 geboren in 1970. Zij werden vanaf hun schoolleeftijd regelmatig getoetst met betrekking tot gezondheid, intelligentie en psychische gesteldheid. Ook werd bijgehouden in welk beroep ze terechtkwamen, in welke sociale klasse hun ouders zaten en waarin de proefpersonen later terechtkwamen. Vergeleken werd de maatschappelijke positie van hun ouders en die van de proefpersonen op 33-jarige leeftijd.
“Het bleek dat borstvoeding een grotere kans gaf op een goede maatschappelijke positie later”, melden de onderzoekers. De ‘borstkinderen’ verbeterden zich vaker maatschappelijk ten opzichte van hun ouders dan ‘flessenkinderen (24%), hun kans om te dalen op de maatschappelijke ladder lag 20% lager. Die resultaten golden zowel voor jaargang ’59 als voor jaargang ’70, ondanks een scherpe daling van het aantal kinderen dat de borst krijgt. In 1958 werd nog tweederde van de kinderen gezoogd, in 1970 nog maar eenderde.

Bron: wissenschaft.de

Weefsels doorzichtig gemaakt met fructose

Weefsels doorzichtig gemaakt met fructoseOnderzoekers van het Japanse RIKEN-centrum voor ontwikkelingsbiologie hebben met behulp van een suikeroplossing weefsels en organen in drie dagen doorzichtig gekregen. Niet zo lang geleden was er al een bericht op dit blog, dat meldde dat met behulp van een hydrogel hersens doorzichtig konden worden gemaakt. Volgens onderzoeksleider Takeshi Imai hebben dat soort methodes hun beperkingen, doordat ze het weefsel chemisch of anderszins beschadigen en/of tijdrovend zijn. Zijn methode om met behulp van een fructoseoplossing weefsels transparant te maken zou die nadelen niet hebben. In drie dagen maakten de Japanse onderzoekers muizenhersens doorzichtig, zonder de structuur of de gebruikte fluorescerende kleurstof aan te tasten. Met behulp van een fluorescentiemicroscoop konden die hersens worden bestudeerd zonder die eerst in plakjes te hoeven snijden. De onderzoekers stellen dat hun methode, SeeDB gedoopt, goedkoop, snel en makkelijk in het gebruik is en nuttig zou kunnen zijn voor de bestudering van allerlei bijzonderheden in weefsels zoals die van neuronale circuits in hersens; ook menselijke…

Bron: Eurekalert (foto: RIKEN)

Een piepkleine transistor zonder halfgeleider

Een transistor zonder halfgeleiders Yoke Khin Yap, hoogleraar natuurkunde aan de technische universiteit van Michigan, heeft veldeffecttransistors ontwikkeld waar geen halfgeleider aan te pas komt. De, nog experimentele, transistor, bestaat uiterst minieme gouddruppels ter grootte van 3 nanometer ( 1nm is eenmiljoenste millimeter) en nanobuisjes van boornitride. Boornitride is een isolator (geleidt geen elektriciteit).
Nu is silicium nog het favoriete materiaal in de elektronica, maar dat materiaal loopt tegen de grenzen van zijn mogelijkheden aan. Steeds maar kleiner levert op de duur geen bruikbare transistors meer op. Er ontstaan ‘lekeffecten’.  Siliciumtransistors verkwisten een hoop energie in de vorm van warmte. 
Het maken van de goudtransistors was relatief simpel. Met een laser werden de gouddruppeltjes op het boornitridebuisje aangebracht. Door die nanobuisjes konden die druppels zo klein zijn en zo regelmatig verdeeld worden. In Oak Ridge nationaal laboratorium werden aan beide zijden van zo’n reeks gouddruppeltjes op een boornitridebuisje elektroden aangebracht (zie plaatje).

Toen gebeurde er iets interessants. De elektronen ’tippelden’ netjes een voor een van gouddruppel naar gouddruppel alsof dat stapstenen waren in een rivier, waardoor je met droge voeten aan de overkant kan komen. Dat kan eigenlijk niet, omdat de bolletjes fysiek gescheiden zijn en boornitride een isolator is. Dat ‘onmogelijke’ effect wordt het kwantumtunneleffect genoemd.
In de praktijk betekent dat boven een bepaalde spanning de transistor zich als geleider gedraagt, daaronder als isolator. Er treden geen lekeffecten op zoals bij silicium en dat zou betekenen dat de goudtransistoren letterlijk koel zijn.
Er zijn al eerder transistors gemaakt die gebruik maken van het kwantumtunneleffect, maar die werken bij zeer lage temperaturen van vloeibaar helium (-269 °C). In theorie zouden de goudtransistoren nog kleiner gemaakt kunnen worden. Yap heeft zijn transistor aangemeld als internationaal octrooi. Zijn onderzoek is medegefinancierd door het Amerikaanse ministerie van energie DoE.

Bron: Eurekalert

Minder orkanen door fijnstof

De orkaan Sandy in oktober 2012.Orkaan Sandy (oktober 2012): komen er meer orkanen door minder milieuvervuiling?

 

 

 

 

 

 

Het schijnt dat in de voormalige DDR, waar de lucht niet bepaalde schoon was, veel minder astmalijders waren dan in het voormalige, schonere West-Duitsland. Milieuverontreiniging is kennelijk soms wel ergens goed voor. Dat lijkt weer eens onderschreven te worden. Britse onderzoekers hebben hun klimaatrekenmodellen losgelaten op de jaren 1850 tot 2050 en kwamen tot de conclusie dat fijnstof in de lucht waarschijnlijk verantwoordelijk is geweest voor de vermindering van het aantal orkanen in Atlantica in de vorige eeuw. Sedert de jaren ’60, toen de economische activiteit in Atlantica (Amerika en West-Europa) sterk groeide en daarmee de uitstoot van fijnstof en zwaveldeeltjes, daalde het aantal tropische stormen. Sedert als gevolg van milieumaatregelen in de jaren ’90 het aantal zwaveldeeltjes en fijnstof weer daalden, is het aantal stormen weer toegenomen. Althans, daar kwamen de berekeningen op uit.
Eerst onderzochten de wetenschappers van de universiteit van Exeter onder welke omstandigheden zich orkanen voordeden. Ze zagen in de periode vanaf 1850 dat het aantal orkanen door fijnstofvorming afnamen: hoe meer stof hoe minder stormen. De onderzoekers hebben de uitkomsten van hun rekenarij opgeschreven in het wetenschappelijke tijdschrift Nature Geoscience.

Bron: Der Spiegel

Hersens haarscherp in beeld

De hersens werden in 7400 flinterdunne plakjes gesneden.

De hersens werden in 7400 flinterdunne plakjes gesneden.

In het onderzoekscentrum Jülich in Duitsland is opname van hersenen gemaakt die zo’n 50 keer gedetailleerder zou zijn dan nu voorhanden hersenplaatjes. De hersens van een 65-jarige (uiteraard overleden) werden daartoe in 7400 van 20 micrometer (1 µm = 0,001 mm) flinterdunne plakjes gesneden. Die werden elk afzonderlijk gescand en uit die 7400 beelden werd een ruimtelijk plaatje gemaakt.

Bron: Der Spiegel

Obama gelooft in klimaatbeheersing (zegt ie)

Aardopwarming
Gaat het er dan eindelijk van komen dat Amerika, ’s werelds grootste ‘producent’ van het broeikasgas kooldioxide, nu eindelijk eens werk gaat maken van het terugdringen van de emissie van dit gas? Ergens tussen Noord-Ierland en Duitsland, of misschien wel in Duitsland, heeft president Obama gezegd dat er werk gemaakt moet worden van het terugdringen van de broeikasgasuitstoot. “We kunnen onze kinderen niet opzadelen met een minder bewoonbare planeet. (…) De emissies zijn teruggelopen, maar we zullen er meer aan moeten doen.” Volgens Heather Zichal, een adviseur van Obama op het gebied van energie en klimaat, zal de aandacht vooral gaan naar het terugdringen van de uitstoot van krachtcentrales, verhoging van rendement en de verdere ontwikkeling van schone technologie. Het Amerikaanse milieu-agentschap EPA zou al werken aan een aanscherping van de regels met betrekking tot de uitstoot van kooldioxide. Eerder deze maand sprak Obama met China af om gezamenlijk de emissie van HFK’s (fluorkoolwaterstoffen, gebruikt als koelmiddelen) terug te dringen. HFK’s zijn aanzienlijk ‘heftiger’ broeikasgassen dan kooldioxide.
Het klinkt mooi, maar bij Obama heb ik toch steeds vaker de gedachte: eerst zien en dan geloven.

Bron: Washington Post

Lelijkers zouden meer getreiterd worden

Soms kom je dingen tegen waarbij je denkt: Het zal wel. Neem nou de uitspraak dat lelijke mensen op hun werk vaker getreiterde worden dan minder lelijke mensen. Dat zou onderzoek van een assistent-hoogleraar Brenn Scott van de staatsuniversiteit van Michigan hebben uitgewezen. Scott heeft dat onderzocht bij 114 mensen die werken op een instituut in de gezondheidszorg in het zuidoosten van de VS. Volgens de assistent-hoogleraar, die het verhaal heeft opgeschreven in het blad Human Performance is dat de ‘lelijke waarheid’. Dan vraag je natuurlijk af: wie bepaalt of iemand mooi of lelijk is? zijn daar normen voor?. Wat pesten is kun je misschien nog wel definiëren, maar dat staat of valt toch met de ideeën van de persoon in kwestie: Was sich liebt dass neckt sich (oder so etwas).
ScienceDaily die, onder veel meer, dit nieuws verspreidde, zet daar heel vroom onder dat met deze kennis gewapend de leiding van bedrijven getreiter kan voorkomen of dat die de getreiterden op zijn minst geestelijk kan bijstaan. Ach ja, er wordt wat afgehobbyd in de (mens)wetenschap.

Bron: Science Daily

We klappen omdat anderen het doen

Applaus heeft meer te maken met het gehoorde dan het getoonde of ten gehore gebrachte, zo heeft Brits/Zweeds onderzoek aannemelijk gemaakt. Applaus heeft iets van een epidemie: je raakt er door aangestoken. De Zweedse wiskundige Richard Mann van de universiteit van Uppsala filmde studenten bij voorstellingen van medestudenten. Uit bestudering van de beelden bleek dat mensen gaan klappen als anderen dat ook doen: hoe meer hoe groter de ‘klapdwang’ is. AIs de helft van het gehoor klapt, dan is de neiging van de niet-klappers om ook te beginnen tien zo groot dan als maar 5% van de aanwezigen klapt. Het applaus houdt op als er veel mensen ophouden met applaudisseren. Al dat geklap heeft niks met de kwaliteit van de voorstelling te maken, zo bleek uit het onderzoek. De duur van een applaus voor een slechte voorstelling kon even lang duren als voor een goede. Hoe Mann c.s. de kwaliteit van het gebodene hebben bepaald, weet ik niet. Volgens de onderzoekers zou er, anders dan bij het uitjouwen, geen minimum aantal zijn dat een applaus kan uithalen. Dat waag ik te betwijfelen.

Bron: Science

China heeft snelste computer ter wereld

Chinese Tianhe-2 nr.1 onder supercomputersDe door de Chinese nationale defensie-universiteit ontwikkelde supercomputer, de Tianhe-2, is de snelste ter wereld met een rekensnelheid van 33,86 petaflops per seconde (een petaflop is 1 biljard drijvende komma-operaties), zo blijkt uit de recente Top500-lijst die bekend werd gemaakt bij de opening van het internationale supercomputercongres dat in Leipzig wordt gehouden . De computer is in gebruik van het nationale rekencentrum in Guangzho (China). China was eerder al in november 2010 lijstaanvoerder in de top500 met de voorganger van de huidige nummer 1, de Tianhe-1A. De Tianhe-2 heeft 16 000 knooppunten met elk twee Intel Xeon Yvybridge-processors en drie Xeon Phi-processors die tezamen 3 120 000 rekenkernen opleveren.
De oude nummer 1, Titan van Cray bij het Oak Ridge nationale laboratorium in de VS, moest het doen met ‘slechts’ 17,59 petaflops/s. Titan is wel een van de zuinigste supercomputers op de lijst, maar heeft toch nog altijd een vermogen nodig van 8,21 MW om zijn rekenarbeid te verrichten. Sequoia van IBM (Lawrence Livermore laboratorium, eveneens in de VS) is met 17,7 petaflops/s derde. De snelste supercomputer in Europa staat bij het onderzoekcentrum in Jülich (D) op plaats 7.
Volgens medesamensteller van de top500 Jack Dongarra is de Tianhe-2 (tianhe is Chinees voor melkweg) om een aantal zaken opmerkelijk. “De meeste onderdelen zijn in China ontwikkeld. Ze gebruiken alleen Intel-processors voor het rekengedeelte, de verbindingen, het besturingssysteem, andere processors en de programmatuur is voornamelijk Chinees.
Een paar opmerkelijk zaken op de 500-lijst:
– Er zijn nu 26 systemen met een rekensnelheid boven de 1 petaflop/s; dat waren er zes maanden geleden 23.
– China heeft nu 66 top500-computers, waarmee ze achter de VS nummer 2 zijn voor Japan (30), Groot-Brittannië (29), Frankrijk (23) en Duitsland (19). Ook wat betreft de totale rekencapaciteit op de lijst is China nummer 2 voor Japan (en na de VS). De VS staan met 252 supercomputers op eenzame hoogte. Europa staat met in het totaal 112 top500-supercomputers iets achter Azië (119).
– Intel levert iets meer dan viervijfde van de processors op de lijst.
– BlueGene Q van IBM is vier keer vertegenwoordigd in de top 10 en daarmee de populairste onder de grote getallenkrakers.
– De laatste op de lijst was een half geleden nummer 322.

Bron: De Standaard