Draagkracht aarde voor dit jaar al overschreden

Michael Hockeystick Mann

Michael ‘Hockeystick’ Mann

Volgens een bericht in De Standaard hebben we gister (20 augustus) de draagkracht van de aarde overschreden. Dat betekent dat wij aardbewoners vanaf nu interen op de natuurlijke hulpbronnen die de aarde dit jaar produceert. Ook de hoeveelheid kooldioxide die de mensheid dit jaar in de atmosfeer heeft geblazen is nu al groter dan de aarde kan opnemen. Dat berekende de organisatie Global Footprint Network. Die ‘overschrijdingsdag’ viel dit jaar twee dagen vroeger dan vorig jaar. Volgens de onderzoekers van het GFN consumeren we al sinds begin jaren zeventig jaarlijks meer dan de aarde aan nieuwe hulpbronnen produceert. In 1993 viel de ‘overschrijdingsdag’ op 21 oktober, dit jaar hebben we de hulpbronnenbalans al twee maanden eerder verstoord. Dat betekent dat onze ecologische voetafdruk steeds groter wordt, ten koste van de natuurlijke hulpbronnen.
Vandaag leeft meer dan 80% van de wereldbevolking in landen met een totale ecologische voetafdruk die groter is dan het land zelf. Om aan de behoeften van alle Amerikanen te voldoen is 7,1 maal de oppervlakte van de VS nodig. De Duitsers consumeren het equivalent van 4,3 Duitslanden, de Egyptenaren 2,4 maal Egyptes, de Belgen hebben 5,3 maal de oppervlakte van België nodig en Nederland 6 Nederlanden. Volgens de organisatie is meer dan de helft van de menselijke ecologische voetafdruk toe te schrijven aan de emissies van broeikasgassen die, onder meer, vrijkomen bij de verbranding van fossiele brandstoffen zoals steenkool en aardolie.
De cijfers van het GFN versterken het vermoeden dat mensen verantwoordelijk zijn voor de klimaatverandering door het vrijkomen van kooldioxide bij de verbransing van fossiele brtandstoffen. Volgens een uitgelekte IPCC-studie lijkt dat bewijs nu zelfs nagenoeg onweerlegbaar. “Het is hoogst waarschijnlijk dat de menselijke invloed op het klimaat verantwoordelijk is voor meer dan de helft van de temperatuurstijging op de aarde tussen 1951 en 2010”, schrijft de groep die zich al jaren bezighoudt met de bestudering van het broeikaseffect en zijn oorzaken. Mede door toedoen van de mens zal het waterpeil van de oceanen tegen het eind van deze eeuw met 90 cm zijn gestegen, verwacht het IPCC. De uitspraken in dit nog niet openbare rapport zijn sterker dan die in het laatste VN-rapport uit 2007. Een woordvoerder van het IPCC stelde dat het gaat om een ontwerprapport. “Het zal waarschijnlijk gewijzigd worden, rekening houdend met de commentaren uit de verschillende landen die we de afgelopen weken ontvingen.” Pas eind september zal het definitieve rapport worden vastgesteld. Het ligt in de verwachting dat de uitspraken in het definitieve rapport milder zullen zijn dan in het nu uitgelekte verslag. Vele landen hebben er baat bij de gevolgen van de klimaatverandering minder ernstig voor te stellen. Dat is ook de verwachting van ‘klimaatveteraan’ Michael Mann (de ‘uitvinder’ van de ‘hockeystickcurve’).

Bron: De Standaard

Slimtel is een energievreter

Mobiele apparaten vreten energie. Volgens een nieuwe studie verbruikt de digitale economie met haar miljoenen slimtels en tablets en de altijd actieve ‘wolk’ al de helft meer elektriciteit dan de luchtvaartindustrie, zo meldt De Standaard.
Het is naïef om te denken dat mobiele apparaten alleen energie verbruiken wanneer we ze opladen. Video’s op YouTube afspelen, documenten aanpassen en opslaan op Google Drive of twitteren, dat alles kan alleen maar dankzij een hele communicatie-infrastructuur zoals wifi-punten of 3G-masten en dankzij enorme hallen vol servers die dag en nacht zorgen voor draadloze communicatie en die ook dag en nacht gekoeld moeten worden.
Nemen we het verbruik van heel die hele infrastructuur mee, dan zijn slimtels regelrechte energievreters, staat te lezen in de studie van het Amerikaanse adviesbureau Digital Power Group. Volgens DPG-baas Mark Mills verbruikt een iPhone jaarlijks zo’n 360 kWh aan stroom, meer dan een niet al te zuinige koelkast (een A++ zo’n 200 kWh/j). Daarvan is slechts 1% daarvan voor de energie van het mobieltje zelf. Om de Apple-slimtel te maken wordt nog eens 500 kWh aan energie gebruikt, maar die hoeveelheid energie is niet in de berekening meegenomen. De uitkomsten van de studie worden niet door iedereen onderschreven, zo stelt De Standaard.

Bron: De Standaard

Micro-organismen maken samen biobrandstoffen uit oogstafval

BiobrandstofcombiAl heel vaak – en ook in dit geval geef ik geen garantie – is dé doorbraak aangekondigd bij de productie van biobrandstoffen. Biobrandstoffen worden gezien als ‘groen’ alternatief voor fossiele brandstoffen, maar de huidige productiewijze van biobrandstoffen concurreert met de voedselproductie. Dé oplossing zou natuurlijk zijn om biobrandstoffen te maken uit landbouwafval: overschietende biomassa. Tot nu toe is het niet erg goed gelukt, omdat die resten veel houtachtige stoffen bevatten als cellulose en lignine die zich lastig met behulp van bacteriën laten omzetten tot biobrandstoffen, op een wijze die niet vreet aan de voedselvoorziening. Onderzoekers van de Amerikaanse universiteit van Michigan zijn op het idee gekomen bacteriën en schimmels te laten samenwerken om biobrandstoffen te maken, met, volgens bild der wissenschaft verbazingwekkend (goed) resultaat.

“De biosynthese van brandstoffen uit biomassa is een veelbelovend en duurzaam alternatief voor fossiele brandstoffen”, stelt onderzoeker Jeremy Minty. “Het probleem is alleen dat die plantenresten veel lignocellulose bevatten, die de planten hard en robuust maakt, maar ook de afbraak bemoeilijkt.” Voor de afbraak van de vertakte lignocellusosemoleculen is een keten van reacties nodig om ze om te zetten in suikers, die op hun beurt weer makkelijk zijn om te zetten in ethanol of andere energierijke verbindingen. Tot nu toe is steeds geprobeerd die omzetting door een, genetisch gemodificeerde, bacterie te laten doen, maar met beperkt succes, zo stelt Minty. Hij heeft toen met zijn medewerkers de kaarten op samenwerking gezet.
Ze ontwikkelden een systeem bestaand uit een schimmel (Trichoderma reesei) en de E. coli, het erkende werkpaard van de biotechnologie. De schimmel zorgt van de afbraak van de lignocelluloseketens in suikers. De E. coli neemt de stap van suikers naar biobrandstof voor zijn rekening. Er bestond al een genetisch gemanipuleerde E. coli-stam, die uit de suikers isobutanol maakt. Die verbinding levert bij verbranding veel meer energie dan ethanol en maar 18% minder dan benzine en is daarmee een effectievere brandstof dan ethanol (je rijdt verder op een volle tank isobutanol dan op dezelfde tank vol met ethanol)
Deze oefeningen in het lab zijn altijd leuk en veelbelovend, maar waar het uiteindelijk om gaat is dat het proces ook op grote schaal werkt en voldoende oplevert (in termen van product, maar uiteindelijk ook in termen van geld). De onderzoekers vulden een reactor met schimmel en bacteriën en voegden maïsstengels en -bladeren toe (zie afb.). Zonder toevoeging van andere stoffen leverde de proef 1,88 g isobutanol per liter reactorvloeistof op, volgens de onderzoekers de tot nu toe hoogste opbrengst bij de omzetting van plantenresten in biobrandstoffen. Samen zetten schimmel en bacterie tweederde van het plantaardig materiaal om in winbare energie. Doordat isobutanol prima met water mengt moet de brandstof wel eerst uit de reactievloeistof worden gedestilleerd.
Schimmel en bacterie bleken elkaar niet in de weg te zitten. Geen van beide micro-organismen nam de overhand of stoorde de ‘partner’ in de omzetting, terwijl de samenwerking toch tamelijk ongelijkwaardig is. De schimmel levert de bacterie zijn voedsel (de suikers), maar geeft daar niks voor terug. Dat zou normaal gesproken betekenen dat de bacterie de schimmel rap zou overvleugelen, maar dat voorkomt de schimmel door de suiker alleen vlak bij de eigen celwand af te leveren, zodat de schimmel zelf ook voldoende aan zijn trekken komt. Dat leidt tot een stabiel evenwicht, stellen de onderzoekers. Doordat de hele afbraak en omzetting in biobrandstof in een reactor plaatsvindt, wordt het proces ook economisch aantrekkelijk.
De onderzoekers werken nu een een verbetering van de opbrengst van de microbiële samenwerking. Dat willen ze, onder meer, bewerkstelligen door de tolerantie van de micro-organismen voor isobutanol (voor de E. coli  tenslotte een afbraakproduct) te vergroten. Door een anders ‘gedresseerde’ E. coli  te nemen, zijn met dit systeem ook andere biobrandstoffen zoals ethanol te produceren.

Bron: bild der wissenschaft

Je hoort met je ogen

ConcenrtgebouworkestHet oog wil ook wat. We denken dat we muziek via onze oren waar-nemen, maar het is minstens zo belangrijk hoe het er uit ziet. Het oog kan de waarneming van geluid zelfs overheersen, ook bij geoefende oren. Hoewel het bij muziek om geluid gaat, richten de mensen zich bij het beoordelen van muziek zich toch vooral op het beeld, ook beroepsmuzikanten, zo blijkt uit een Brits onderzoek.
Deelnemers aan het onderzoek moesten uitvoeringen van klassieke muziek beoordelen. “Zelfs in het rijk van de muziek is het oog het overheersende zintuig”, zegt onderzoekster  Chia-Jung Tsay van het Londense University College. “Het dagelijks leven kent vele voorbeelden van hoe sterk visuele informatie de waarneming beïnvloedt”, stelt de onderzoekster. In haar onderzoek liet ze zo’n 1200 deelnemers, zowel beroepsmusici als liefhebbers, bij verschillende concoursen de drie hoogstscorenden beoordelen. Ze kregen daarvoor filmpjes van slechts 6 seconden te zien, met of zonder geluid. Ook konden ze alleen de muziek horen.
In alle gevallen kozen, zowel liefhebbers als beroeps, als ze alleen de beelden zagen in de helft van de gevallen voor de uiteindelijke winnaar. Als ze alleen de muziek hadden gehoord, dan was dat slechts in 26% van de gevallen de juiste keus, minder dan de trefkans (is nl. 33%). Volgens Tjay leidt beeld af van het geluid. “Visuele indrukken overheersen en daarmee ook het beoordelingsvermogen van de juryleden.” Ze noemt het ontnuchterend dat zelfs bij beroepsmusici, zonder dat ze het willen, de muziek de rol heeft gekregen van achtergrondgeruis.

Bron: Der Spiegel

Frisdrank maakt kinderen agressief

Agressieve kinderen Frisdrank maakt kinderen agressief, verhogen de kans op depressies en zouden zelfmoordneigingen versterken. Dat zou een Amerikaans onderzoek onder kleuters van 5 hebben uitgewezen. Hoe meer je er van drinkt, hoe agressiever en overmatig frisdrankgebruik vermindert de oplettendheid, zo meldt bild der wissenschaft op gezag van de onderzoekers.
Het grappige is natuurlijk dat fabrikanten, vooral de cola’s, in hun reclameboodschappen de mare verspreiden dat frisdrank blij maakt en je een hoop doet beleven. Dat verhaal slaat, zeker in Amerika, aan: in 2011 dronken Amerikanen gemiddeld 170 l frisdrank de man (vooral cola), in Europa ligt dat verbruik een stuk lager (Duitsland is met 98 l koploper, Nederland 73 l, Frankrijk 45 l).
43% van de bijna 3000 vijfjarigen die aan het onderzoek deelnamen dronk minstens een glas fris per dag, 4% zelfs vier of meer. “We stelden vast dat het puntenaantal in een agressiviteitstest met elke extra consumptie per dag steeg”, zei epidemiologe Shakira Suglia van de Columbia-universiteit en hoofdauteur van het artikel in het wetenschapsblad Journal of Pediatrics. De agressieve kinderen maakten meer kapot, kregen vaker ruzie of vielen andere kinderen aan. Kinderen die de meeste frisdrank dronken waren minder oplettend. De onderzoekers hebben ook gekeken of die ‘zware’ frisdrankdrinkers zich vaker afzonderden. Daar heeft het alle schijn van. Dus niks pret maken met je leeftijdgenootjes.
Natuurlijk is niet alleen frisdrank verantwoordelijk voor het agressieve en/of depressieve gedrag van een vijfjarige. Dat heeft ook te maken met hoe de moeder en vader in elkaar steken of hoe de situatie thuis is. Wat voor een opleiding heeft de moeder gehad? Is ze zelf geneigd tot depressiviteit? Worden kinderen geslagen of zit pa achter de tralies? Ook keken de onderzoekers naar het tv-kijkgedrag van het kind, hoeveel het snoepte en hoeveel sap het dronk, maar ook met deze variabelen in aanmerking genomen, bleef het effect van frisdrankgebruik aantoonbaar, stellen de onderzoekers.
De onderzoekers konden slechts speculeren over waarom frisdrankgebruik het aangetoonde effect op kleine kinderen heeft. Suiker  zou de oorzaak kunnen zijn, maar ook het in diverse frisdranken voorkomende coffeïne (cola), fosforzuur (cola) of de zoetstof aspartaam (de suikervrije frisdranken) staan kandidaat als aanstichter voor het afwijkende gedrag van de kinderen.
De onderzoekers stippen zelf enkele zwakke punten van hun onderzoek(sopzet) aan. Zo was er een belangrijke rol weggelegd voor de moeders. Zij moesten het gedrag van hun spruiten duiden en waren verantwoordelijk voor de verstrekking van de gegevens over voedingspatroon, drinkgedrag e.d. Ook was niet aangegeven hoe groot een ‘portie’ frisdrank was en werd niet bijgehouden wat voor een soort frisdrank er werd genuttigd. Toch blijven de onderzoekers bij hun conclusie: water is beter voor de kinderen dan frisdranken.

Bron: bild der wissenschaft

Nee het is geen NIEUW beest!

Het 'nieuwe' roofdiertje

Het ‘nieuwe’ roofdiertje (foto: Amerikaans natuurhistorisch museum)

En weer ging het mis. In allerlei media werd de ontdekking van een nieuw roofdier gemeld in het nevelwoud van het Andesgebergte, een roofdier dat het midden houdt tussen een kat en een knuffelbeer. Natuurlijk is dat geen nieuw dier. Dat beest bestond al, misschien wel al heel lang, maar wij, domme stervelingen, hadden dat beest nog nooit gezien of ons althans niet gerealiseerd dat het, mogelijk, een aparte diersoort was.
Met enige regelmaat wordt de wereld verblijd met de ontdekking van nieuwe planten of dieren. Tenminste, zo worden die ontdekkingen dan gepresenteerd. Natuurlijk is het opmerkelijk dat we dit toch niet eens heel kleine beest nu pas ontdekken, maar dat maakt het beest niet nieuw. Het pas ontdekte dier, de olinguito gedoopt, is familie van de  slankbeer (olingo) en de kinkajoe. Het dier, dat ‘ontdekt’ is door Kristopher Helgen en zijn medewerkers van het Amerikaanse natuurhistorische museum, heeft de Latijnse naam bassaricyon neblina meegekregen (de familienaam als de olingo en neblina van nevel). De olinguito’s leven in hetzelfde gebied als hun verwanten, maar op hoger niveau: 1500 tot 3000 m.
Helgen vond overeenkomstig DNA in de genenbank GenBank, dus is het waarschijnlijk dat we het al kende zonder dat het als aparte diersoort was herkend. Volgens de gegevens in de genenbank zou het bewuste exemplaar in verscheidene Amerikaanse dierentuinen hebben verbleven, alvorens het in de jaren ’70 in een New Yorkse dierentuin overleed. Een door ABC opgespoorde oppasser had het al eigenaardig gevonden dat het nooit nageslacht kreeg.
Hopi Hoekstra, zoogdierdeskundige van het zoölogiemuseum van de Harvard-universiteit, vindt dat de olinguito (olingo’tje in het Spaans) nog niet helemaal als aparte diersoort is aan te merken. “Eerst zal het DNA van de olingo en de olinguito nauwkeurig moeten worden vergeleken voordat het zo ver is, maar ik denk wel dat we wat hebben.”

Bron: ABC

Weer veelbelovende batterij ontwikkeld voor energieopslag

Aan het bekende onderzoeksinstituut MIT in het nabij Boston gelegen Cambridge (VS) is een oplaadbare batterij ontwikkeld die niet afhankelijk is van dure membranen en is bedoeld voor goedkope en grootschalige opslag van elektrische energie. Mogelijk is het nieuwe type batterij een oplossing van het opslagprobleem dat kleeft aan schone energievormen als zon-en windenergie. Doordat die duurzame energiebronnen niet produceren als er vraag is, ontstaat er een probleem met het opslaan van dat overschot.
Het prototype, ter grootte van een handpalm, produceert drie keer meer energie per vierkante centimeter als andere membraanloze batterijen en is een orde groter dan van veel lithiumionbatterijen en andere commerciële en experimentele energieopslagsystemen. De batterij werkt met een verschijnsel dat laminaire stroming wordt genoemd. Twee vloeistoffen worden door een buis gepompt, waarbij ze een elektrochemische reactie ondergaan bij de elektrodes (die tegengesteld is bij oplading en ontlading). Onder de juiste omstandigheden lopen de stromen parallel en mengen heel weinig. De twee reagerende vloeistoffen zijn: een broom en waterstof. In praktijk zijn het er eigenlijk drie, maar twee die reageren (waterstof en broom). Via de buis wordt vloeibaar broom naar de koolstofkathode gepompt en broomwaterstof onder een poreuze anode (waarin platina als katalysatorHBr-batterij), waar tegelijkertijd waterstofgas doorheen werd gepompt.  Die combinatie belooft veel voor de energieopslag, maar er is een groot MAAR. Broomwaterstof, dat ontstaat uit de reactie tussen waterstof en broom, is een erg agressieve stof, die bij membraanbatterijsystemen, het membraan aantast waardoor de energieopslag wordt vertraagd en de levensduur van de batterij sterk wordt bekort. Weg dus met dat membraan, dachten de MIT-onderzoekers. Dat bleek, in weerwil van de heersende gedachte in wetenschappelijke kringen, heel goed mogelijk. Met Amerikaanse bravoure  zegt Martin Bazant, hoogleraar chemische technologie: “Dit is een kwantumsprong op het gebied van energieopslag.” “Opslag”, zegt mede-onderzoeker Cullen Buie, “is sleutel tot het gebruik van duurzame energie. Zolang energieopslag niet betrouwbaar en betaalbaar is maakt het niet uit hoe goedkoop je met zon of wind energie kan produceren.”
De MIT-onderzoekers maakten ook een wiskundig model om de chemische reacties in een waterstof/broom-systeem te beschrijven. Bazant: ” Dat model geeft ons vertrouwen dat als we het systeem opschalen, we de juiste dimensies kiezen. We denken dat we, aan de hand van dit model, records kunnen breken wat betreft energiedichtheid.” De MIT-onderzoekers verwachten dat ze de $100/kWh-grens kunnen breken die de Amerikaanse overheid als grens ziet voor economisch rendabele  opslagsystemen.

Bron: Eurekalert

Hoogleraar LUMC vervalste onderzoeksgegevens

Een Belgische hoogleraar aan het academisch ziekenhuis in Leiden (LUMC) is betrapt op knoeien met onderzoeksgegevens. De vrouw sjoemelde drie jaar lang, vooral ’s nachts, met bloedmonsters om een door haar ontworpen test als betrouwbaar voor te stellen. Begin juni werd ze op staande voet ontslagen. Minstens één wetenschappelijke publicatie is ingetrokken.
Sinds 2010 sloop de hoogleraar reumatologie regelmatig haar eigen lab binnen om onderzoeksmateriaal te manipuleren. De vrouw, die in 2002 promoveerde aan de Universiteit Antwerpen, had een test ontwikkeld waarmee de aanwezigheid van zeer specifieke antistoffen bij patiënten met reumatoïde artritis zou kunnen worden aangetoond. Haar theorie verscheen in januari 2010 in het blad van de Amerikaanse academie van wetenschappen PNAS. Bij een vervolgstudie bleek de test echter nauwelijks te werken, waardoor ze onder zware druk kwam te staan. Volgens de onderzoekscommissie van de universiteit, besloot ze daarop de test te manipuleren. ’s Avonds en ’s nachts maakte ze negatieve bloedmonsters toch positief door ze te mengen met andere monsters, of door er de antistoffen van muizen aan toe te voegen. In maart roken medewerkers echter onraad, waarop de zaak aan het licht kwam.Tegen de onderzoekscommissie heeft de reumatologe de feiten meteen toegegeven. Ze zei daarbij alleen te hebben gehandeld. De veertiger is ondertussen nog steeds als gasthoogleraar aan de Universiteit Antwerpen, maar het dagelijks bestuur van de faculteit zal zich maandag over haar toekomst buigen, zo meldt De Standaard

Bron : De Standaard

Vetzucht 3x belangrijker doodsoorzaak in VS dan gedacht

Vet Amerikaans Van een op de vijf Amerikanen die overlijdt is vetzucht de doodsoorzaak. Dat geldt zowel voor blanke als zwarte Amerikanen. Dat cijfer uit onderzoek van Ryan Masters van de Columbia-universiteit ligt ruim drie keer hoger dan de 5% die tot nu toe werd aangenomen. “Obesitas heeft veel kwalijker gevolgen dan ook recente rapporten ons willen laten geloven”, zegt Masters. “We verwachten dat vetzucht steeds vaker doodsoorzaak zal zijn in de VS en misschien zelfs leidt tot een verkorting van de levensverwachting.”
Hoewel er enige kentering lijkt te zijn gekomen in de toename van (ernstig) overgewicht in de VS, duiden de recente cijfers op een bijna historisch dieptepunt. Kinderen en volwassenen die al te dik zijn, zullen daar niet gauw van af komen, met alle schadelijke gevolgen van dien. Bij oudere Amerikanen eist vetzucht al zijn tol. Bij blanke mannen die in de jaren tussen 1986 en 2006 overleden op een leeftijd van 65 tot 70 jaar was duidelijk het groeiende aandeel van vetzucht als doodsoorzaak waar te nemen: van mannen geboren tussen 1915 en 1919 overleed 3,5% aan vetzucht (BMI van 30 en hoger), van de mannen die 10 jaar later waren geboren was dat 5%, weer 10 jaar later 7%. Hoe later geboren, hoe vaker iemand overgewichtig is.
Kinderen die nu in de VS geboren worden krijgen vanaf hun geboorte de volle ongezonde ‘lading’.”Tegenwoordig is vetzucht normaler dan twee generaties geleden. De bekers zijn groter, de kleren ook en velen in de omgeving van de kinderen zijn dik”, stelt co-auteur Bruce Link.  “Als iemand dik is dan is het moeilijk daarvan af te komen, daarom lijkt het aannemelijk dat we het ergste nog moeten krijgen, tot de huidige generatie kinderen oud is geworden.” De onderzoekers richtten zich op de leeftijdsgroep van 40 tot en met 85 om ’toevallige’ sterfgevallen als moorden, doden ten gevolge van ongelukken of aangeboren afwijkingen uit te sluiten – doodsoorzaken van vooral jongeren.
Bij zwarte vrouwen kwam vetzucht als doodsoorzaak het meest voor (27%), bij zwarte mannen maar voor 5%. Blanke vrouwen (21%) en blanke mannen (15%) scoorden daar tussenin. Zwarte mannen zijn gemiddeld even dik als witte, maar de cijfers worden ‘verstoord’ door andere doodsoorzaken zoals overmatig roken. Er waren te weinig gegevens om uitspraken over Amerikanen van Aziatische, Latijns-Amerikaanse of andere  afkomst te produceren. Het onderzoek is betaald door de Robert Wood Johnson Foundation, een organisatie die zich bezighoudt met de gezondheid van Amerikanen en ook de leerstoel van Ryan Masters aan de Columbia-universiteit betaalt

Bron: Eureraklert

Gegevens over 6 mm geteleporteerd

Teleportatie

Een mier op de supergeleidende schakeling (foto ETH)

Onderzoekers van de Zwitserse hogeschool ETH te Zürich, zouden voor het eerst informatie in een vastestofsysteem (namelijk een computerchip) hebben geteleporteerd. Teleportatie is een verschijnsel waarbij zaken (niet per se materie) worden verplaatst, zonder dat die de tussenliggende ruimte hoeven te doorkruisen. Het bleek mogelijk informatie op een chip over 6 mm te verplaatsen, zonder dat er een fysieke verbinding tussen beide locaties (de zender en de ontvanger) was. Bij deze ‘verplaatsingsloze’ overdracht speelt het mysterieuze begrip verstrengeling een wezenlijke rol, een verschijnsel waarbij een deeltje (dat is, bijvoorbeeld, een elektron of een proton) op afstand de kwantumtoestand van een ander (zelfde) deeltje ‘aanvoelt’.
Normaal wordt informatie overgedragen door elektromagnetische pulsen, maar in dit geval wordt de informatiedrager (de pulsen in de ‘klassieke’ telecommunicatie) niet zelf verplaatst, maar alleen de informatie, legt onderzoeker Andreas Wallraff uit. Die verstrengeling tussen twee deeltjes moet eerst tot stand worden gebracht, waarna beide deeltjes kunnen worden gescheiden.
De verplaatsing van 6 mm lijkt weinig in vergelijking met andere soortgelijke experimenten. Zo teleporteerden Australische onderzoekers bijna een jaar geleden informatie over meer dan 140 km tussen de Canarische eilanden La Palma en Tenerife. Het ETH-experiment zou fundamenteel anders zijn dan het Australische. De Australiërs gebruikten zichtbaar licht en een optische systeem voor hun proeven, de Zwitsers supergeleidende geïntegreerde schakelingen. “Dat is interessant”, zegt Wallraff, “omdat die schakelingen een belangrijk onderdeel zullen vormen van een toekomstige kwantumcomputer.” Daarbij is de verbinding die de ETH-onderzoekers gebruikten uiterst snel: 10 000 kwantumbits/s (een kwantumbit is een eenheid kwantuminformatie).
Het is nu de bedoeling van de onderzoekers de afstand tussen zender en ontvanger op te voeren. Op termijn zouden die afstanden moeten lijken op die zoals bereikt met licht. In vergelijking met het huidige datatransport is de informatiedichtheid bij teleportatie veel groter, al was het alleen maar doordat kwantumbits meer informatie bevatten dan de ‘klassieke’ bits.

Bron: Eurekalert